BWBR0045657
Geldig vanaf 2021-12-07
Artikel 9
Subsidieregeling heterogene brugklassen
1. De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden vóór 1 januari 2025 uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
2. In afwijking van het voorgaande lid geldt voor subsidieontvangers aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, subsidie is verstrekt, dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt vóór 1 januari 2026 worden uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor subsidieontvangers aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt vóór 1 januari 2027 worden uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
4. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsmet model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
5. De subsidieontvanger neemt op verzoek van de minister deel aan onderzoek naar de in het kader van deze subsidieregeling uitgevoerde activiteiten en de opbrengsten daarvan.
6. Indien de uitkomst van de pilot pro/vmbo-onderbouwklassen aanleiding geeft om heterogene brugklassen waarin praktijkonderwijs wordt gecombineerd met één of meer andere schoolsoorten niet wettelijk mogelijk te maken, kan de minister bepalen ervan af te zien subsidie terug te vorderen bij scholen die deelnamen aan die pilot.
2. In afwijking van het voorgaande lid geldt voor subsidieontvangers aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, subsidie is verstrekt, dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt vóór 1 januari 2026 worden uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor subsidieontvangers aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt vóór 1 januari 2027 worden uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
4. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsmet model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
5. De subsidieontvanger neemt op verzoek van de minister deel aan onderzoek naar de in het kader van deze subsidieregeling uitgevoerde activiteiten en de opbrengsten daarvan.
6. Indien de uitkomst van de pilot pro/vmbo-onderbouwklassen aanleiding geeft om heterogene brugklassen waarin praktijkonderwijs wordt gecombineerd met één of meer andere schoolsoorten niet wettelijk mogelijk te maken, kan de minister bepalen ervan af te zien subsidie terug te vorderen bij scholen die deelnamen aan die pilot.