BWBR0045657
Geldig vanaf 2021-12-07
Artikel 8
Subsidieregeling heterogene brugklassen
In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregelingvoldoet de subsidieontvanger aan de volgende verplichtingen:
a. de subsidieontvanger draagt in het najaar van 2023 bij aan onderzoek naar de effectiviteit van de activiteiten, genoemd in artikel 3;
a1. In afwijking van onderdeel a draagt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, desgevraagd bij aan onderzoek naar de effectiviteit van de activiteiten, genoemd in artikel 3;
b. de subsidieontvanger levert desgevraagd informatie over de voortgang van de activiteiten genoemd in artikel 3;
c. de subsidieontvanger start in schooljaar 2021/2022 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt ervoor dat deze uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn gerealiseerd;
d. in afwijking van onderdeel c, start de subsidieontvanger waarop artikel 6, vierde lid, van toepassing is, uiterlijk in schooljaar 2022/2023 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt ervoor dat deze uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn gerealiseerd;
d1. in afwijking van de onderdelen c en d start de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk in schooljaar 2022/2023 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt de subsidieontvanger ervoor dat deze activiteiten uiterlijk met ingang van schooljaar 2024/2025 zijn gerealiseerd;
d2. in afwijking van de onderdelen c, d en d1 start de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk in schooljaar 2023/2024 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt de subsidieontvanger ervoor dat deze activiteiten uiterlijk met ingang van schooljaar 2025/2026 zijn gerealiseerd;
e. de subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de organisatie van klassen in de eerste leerjaren is vermeld in openbare beleidsstukken van de school, zoals het schoolplan als bedoeld in de artikelen 2.88 tot en met 2.91 van de WVO 2020 en artikel 21 van de WEC of in de schoolgids, bedoeld in artikel 2.92 van de WVO 2020 en artikel 22 van de WEC;
f. de subsidieontvanger zendt in het najaar van 2023 een rapportage over de periode vanaf schooljaar 2021/2022 aan DUS-I. De rapportage omvat ten minste een omschrijving van de voortgang van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt en van de gerealiseerde doelen. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2023/2024 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op dit vestiging in schooljaar 2021/2022;
f1. in afwijking van onderdeel f zendt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk op 1 november 2024 een rapportage als bedoeld in het voorgaande onderdeel aan DUS-I. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2024/2025 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op deze vestiging in schooljaar 2022/2023;
f2. in afwijking van de onderdelen f en f1 zendt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk op 1 november 2025 een rapportage als bedoeld in het voorgaande onderdeel aan DUS-I. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2025/2026 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op deze vestiging in schooljaar 2023/2024;
g. in afwijking van onderdeel f, heeft de rapportage, indien het subsidie betreft die is verstrekt naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vierde lid, betrekking op de periode vanaf schooljaar 2022/2023,
h. de subsidieontvanger informeert ouders, leerlingen en andere belanghebbenden, bijvoorbeeld via de website van de school, over het soort brugklassen waarin leerlingen onderwijs kunnen volgen.
a. de subsidieontvanger draagt in het najaar van 2023 bij aan onderzoek naar de effectiviteit van de activiteiten, genoemd in artikel 3;
a1. In afwijking van onderdeel a draagt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, desgevraagd bij aan onderzoek naar de effectiviteit van de activiteiten, genoemd in artikel 3;
b. de subsidieontvanger levert desgevraagd informatie over de voortgang van de activiteiten genoemd in artikel 3;
c. de subsidieontvanger start in schooljaar 2021/2022 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt ervoor dat deze uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn gerealiseerd;
d. in afwijking van onderdeel c, start de subsidieontvanger waarop artikel 6, vierde lid, van toepassing is, uiterlijk in schooljaar 2022/2023 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt ervoor dat deze uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn gerealiseerd;
d1. in afwijking van de onderdelen c en d start de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk in schooljaar 2022/2023 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt de subsidieontvanger ervoor dat deze activiteiten uiterlijk met ingang van schooljaar 2024/2025 zijn gerealiseerd;
d2. in afwijking van de onderdelen c, d en d1 start de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk in schooljaar 2023/2024 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt de subsidieontvanger ervoor dat deze activiteiten uiterlijk met ingang van schooljaar 2025/2026 zijn gerealiseerd;
e. de subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de organisatie van klassen in de eerste leerjaren is vermeld in openbare beleidsstukken van de school, zoals het schoolplan als bedoeld in de artikelen 2.88 tot en met 2.91 van de WVO 2020 en artikel 21 van de WEC of in de schoolgids, bedoeld in artikel 2.92 van de WVO 2020 en artikel 22 van de WEC;
f. de subsidieontvanger zendt in het najaar van 2023 een rapportage over de periode vanaf schooljaar 2021/2022 aan DUS-I. De rapportage omvat ten minste een omschrijving van de voortgang van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt en van de gerealiseerde doelen. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2023/2024 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op dit vestiging in schooljaar 2021/2022;
f1. in afwijking van onderdeel f zendt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk op 1 november 2024 een rapportage als bedoeld in het voorgaande onderdeel aan DUS-I. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2024/2025 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op deze vestiging in schooljaar 2022/2023;
f2. in afwijking van de onderdelen f en f1 zendt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk op 1 november 2025 een rapportage als bedoeld in het voorgaande onderdeel aan DUS-I. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2025/2026 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op deze vestiging in schooljaar 2023/2024;
g. in afwijking van onderdeel f, heeft de rapportage, indien het subsidie betreft die is verstrekt naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vierde lid, betrekking op de periode vanaf schooljaar 2022/2023,
h. de subsidieontvanger informeert ouders, leerlingen en andere belanghebbenden, bijvoorbeeld via de website van de school, over het soort brugklassen waarin leerlingen onderwijs kunnen volgen.