BWBR0045528
Geldig vanaf 01-04-2026
Artikel 5.67
Omgevingsregeling
1. De glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur, bedoeld in artikel 4.245, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving:
a. beschikt over een invoerpunt dat voldoet aan NEN 2768 voor glasvezelbekabeling voor de aansluiting op een openbaar elektronischecommunicatienetwerk;
b. beschikt over een mantelbuis voor de invoer voor glasvezelbekabeling met een buitendiameter van ten minste 50 mm tussen het invoerpunt en het toegangspunt;
c. beschikt over een wandcontactdoos met een elektrische spanning van 230 volt dat is gelegen in de toegankelijke niet-gemeenschappelijke ruimte, bedoeld in artikel 4.245, vijfde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
d. biedt bescherming tegen mechanische belasting en klimatologische blootstelling; en
e. is toegankelijk voor onderhoud en het aanbrengen van extra binnenhuisglasvezelbekabeling.
2. De glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur van een woongebouw beschikt ook over:
a. een aaneengesloten ruimte met een binnendiameter van ten minste 40 mm tussen het toegangspunt en een ruimte met een netwerkaansluitpunt; en
b. een netwerkaansluitpunt dat: 1°. connectoren heeft die voldoen aan NEN-EN 50173-1;
2°. voldoende bescherming biedt tegen stof, laserstraling en fysieke belasting; en
3°. een robuust ontwerp heeft dat voorkomt dat kabels of connectoren knikken of beschadigen.
1°. connectoren heeft die voldoen aan NEN-EN 50173-1;
2°. voldoende bescherming biedt tegen stof, laserstraling en fysieke belasting; en
3°. een robuust ontwerp heeft dat voorkomt dat kabels of connectoren knikken of beschadigen.
a. beschikt over een invoerpunt dat voldoet aan NEN 2768 voor glasvezelbekabeling voor de aansluiting op een openbaar elektronischecommunicatienetwerk;
b. beschikt over een mantelbuis voor de invoer voor glasvezelbekabeling met een buitendiameter van ten minste 50 mm tussen het invoerpunt en het toegangspunt;
c. beschikt over een wandcontactdoos met een elektrische spanning van 230 volt dat is gelegen in de toegankelijke niet-gemeenschappelijke ruimte, bedoeld in artikel 4.245, vijfde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
d. biedt bescherming tegen mechanische belasting en klimatologische blootstelling; en
e. is toegankelijk voor onderhoud en het aanbrengen van extra binnenhuisglasvezelbekabeling.
2. De glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur van een woongebouw beschikt ook over:
a. een aaneengesloten ruimte met een binnendiameter van ten minste 40 mm tussen het toegangspunt en een ruimte met een netwerkaansluitpunt; en
b. een netwerkaansluitpunt dat: 1°. connectoren heeft die voldoen aan NEN-EN 50173-1;
2°. voldoende bescherming biedt tegen stof, laserstraling en fysieke belasting; en
3°. een robuust ontwerp heeft dat voorkomt dat kabels of connectoren knikken of beschadigen.
1°. connectoren heeft die voldoen aan NEN-EN 50173-1;
2°. voldoende bescherming biedt tegen stof, laserstraling en fysieke belasting; en
3°. een robuust ontwerp heeft dat voorkomt dat kabels of connectoren knikken of beschadigen.
- Citeren als
- Art. 5.67
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045528
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl