BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 6.14
Omgevingsregeling
1. Op het berekenen van de geur door het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens of het houden van landbouwhuisdieren, waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/5.109" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.109, eerste, tweede of derde lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/5.117" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.117, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>bevat, op een geurgevoelig gebouw is het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning van toepassing.
2. Bij het toepassen van het verspreidingsmodel:
a. is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende diercategorieën, gehouden in de verschillende dierenverblijven;
b. geldt als emissiepunt het emissiepunt, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
c. wordt bij een dierenverblijf met meer dan een emissiepunt het geometrisch gemiddelde van die punten aangemerkt als emissiepunt.
3. De emissie van geur per seconde door een diercategorie wordt berekend door het aantal dieren van die diercategorie in een dierenverblijf te vermenigvuldigen met de voor die diercategorie geldende emissie van geur per dierplaats per seconde.
4. De emissie van geur per dierplaats per seconde is gelijk aan de in bijlage Vvastgestelde geuremissiefactor voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem.
5. In afwijking van het vierde lid wordt de emissie van geur per dierplaats per seconde bij het toepassen van een aanvullende techniek berekend met het voor die techniek in bijlage VIvastgestelde reductiepercentage voor geur en de in bijlage Vvastgestelde geuremissiefactor volgens de formule:
a. als één aanvullende techniek wordt toegepast, anders dan in een situatie als bedoeld onder b: emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek);
b. als een luchtwassysteem als aanvullende techniek wordt toegepast in combinatie met een huisvestingssysteem waarvan de geuremissiefactor lager is dan 30% van de geuremissiefactor voor een overig huisvestingssysteem: emissie voor geur = geuremissiefactor overig huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur luchtwassysteem) x 0,3; en
c. als een aanvullende techniek in combinatie met een andere aanvullende techniek wordt toegepast: emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek A) x (100% - reductiepercentage geur aanvullende techniek B).
2. Bij het toepassen van het verspreidingsmodel:
a. is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende diercategorieën, gehouden in de verschillende dierenverblijven;
b. geldt als emissiepunt het emissiepunt, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
c. wordt bij een dierenverblijf met meer dan een emissiepunt het geometrisch gemiddelde van die punten aangemerkt als emissiepunt.
3. De emissie van geur per seconde door een diercategorie wordt berekend door het aantal dieren van die diercategorie in een dierenverblijf te vermenigvuldigen met de voor die diercategorie geldende emissie van geur per dierplaats per seconde.
4. De emissie van geur per dierplaats per seconde is gelijk aan de in bijlage Vvastgestelde geuremissiefactor voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem.
5. In afwijking van het vierde lid wordt de emissie van geur per dierplaats per seconde bij het toepassen van een aanvullende techniek berekend met het voor die techniek in bijlage VIvastgestelde reductiepercentage voor geur en de in bijlage Vvastgestelde geuremissiefactor volgens de formule:
a. als één aanvullende techniek wordt toegepast, anders dan in een situatie als bedoeld onder b: emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek);
b. als een luchtwassysteem als aanvullende techniek wordt toegepast in combinatie met een huisvestingssysteem waarvan de geuremissiefactor lager is dan 30% van de geuremissiefactor voor een overig huisvestingssysteem: emissie voor geur = geuremissiefactor overig huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur luchtwassysteem) x 0,3; en
c. als een aanvullende techniek in combinatie met een andere aanvullende techniek wordt toegepast: emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek A) x (100% - reductiepercentage geur aanvullende techniek B).