BWBR0045517
Geldig vanaf 13-04-2023
Artikel 3.8
Regeling Cultuureducatie
Naast de in artikel 1.4 genoemde voorwaarden en beperkingen geldt ook voor hoofdstuk 3 dat:
a. de subsidieaanvraag alleen is bestemd voor een nieuw samenwerkingsverband tussen een of meerdere opleidingen van een mbo-instelling en een lokale culturele instelling, bestaande samenwerkingen komen niet in aanmerking voor subsidie;
b. voor aanvragers die gevestigd zijn in het Europees deel van Nederland de subsidie maximaal 80% bedraagt van de totale kosten van het project; voor aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk is dat 90%;
c. de overige financiering van de projectkosten gedekt kan worden door gekapitaliseerde uren van de culturele minstelling dan wel de mbo- instelling; en
d. de post onvoorzien op de begroting maximaal 5% bedraagt van de totale kosten van het project
a. de subsidieaanvraag alleen is bestemd voor een nieuw samenwerkingsverband tussen een of meerdere opleidingen van een mbo-instelling en een lokale culturele instelling, bestaande samenwerkingen komen niet in aanmerking voor subsidie;
b. voor aanvragers die gevestigd zijn in het Europees deel van Nederland de subsidie maximaal 80% bedraagt van de totale kosten van het project; voor aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk is dat 90%;
c. de overige financiering van de projectkosten gedekt kan worden door gekapitaliseerde uren van de culturele minstelling dan wel de mbo- instelling; en
d. de post onvoorzien op de begroting maximaal 5% bedraagt van de totale kosten van het project
- Citeren als
- Art. 3.8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045517
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl