BWBR0045517
Geldig vanaf 13-04-2023
Artikel 3.4
Regeling Cultuureducatie
1. Subsidie kan worden aangevraagd voor het ontwikkelen van cultuureducatieve projecten voor studenten van opleidingen van mbo-instellingen, met als doel:
a. kennismaking en samenwerking van mbo-instellingen met de lokale culturele omgeving;
b. ontwikkeling en uitvoering van cultuureducatieaanbod dat de culturele ontwikkeling van mbo-studenten bevordert;
c. co-creatie tussen mbo-instellingen, lokale culturele instellingen en mbo-studenten;
d. deskundigheidsbevordering die de ontwikkeling en uitvoering van cultureel aanbod ondersteunt; en
e. een cultuurexperiment door studenten, bestaande uit: 1° het ontwikkelen van een culturele activiteit door studenten in samenwerking met een culturele instelling naar keuze;
2° een budget dat in ieder geval € 5.000,– bedraagt en onderdeel is van de begroting die hoort bij de aanvraag;
3° studenten die volledige vrijheid hebben in het vormgeven van de activiteit zolang de activiteit zich richt op cultuureducatie; en
4° studenten die de opgedane visie, ervaring en resultaten vervolgens inbrengen bij de co-creatie.
1° het ontwikkelen van een culturele activiteit door studenten in samenwerking met een culturele instelling naar keuze;
2° een budget dat in ieder geval € 5.000,– bedraagt en onderdeel is van de begroting die hoort bij de aanvraag;
3° studenten die volledige vrijheid hebben in het vormgeven van de activiteit zolang de activiteit zich richt op cultuureducatie; en
4° studenten die de opgedane visie, ervaring en resultaten vervolgens inbrengen bij de co-creatie.
2. Ter aanvulling op de doelen in het eerste lid, kan ook kan subsidie worden aangevraagd voor het optimaliseren van de verbinding tussen binnen- en buitenschoolse cultuureducatie, als dat past bij het cultuureducatieve project.
3. Het project:
a. start niet eerder dan 13 weken na het indienen van de aanvraag;
b. heeft een minimale looptijd van zes maanden en een maximale looptijd van twee jaar; en
c. start uiterlijk binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag.
a. kennismaking en samenwerking van mbo-instellingen met de lokale culturele omgeving;
b. ontwikkeling en uitvoering van cultuureducatieaanbod dat de culturele ontwikkeling van mbo-studenten bevordert;
c. co-creatie tussen mbo-instellingen, lokale culturele instellingen en mbo-studenten;
d. deskundigheidsbevordering die de ontwikkeling en uitvoering van cultureel aanbod ondersteunt; en
e. een cultuurexperiment door studenten, bestaande uit: 1° het ontwikkelen van een culturele activiteit door studenten in samenwerking met een culturele instelling naar keuze;
2° een budget dat in ieder geval € 5.000,– bedraagt en onderdeel is van de begroting die hoort bij de aanvraag;
3° studenten die volledige vrijheid hebben in het vormgeven van de activiteit zolang de activiteit zich richt op cultuureducatie; en
4° studenten die de opgedane visie, ervaring en resultaten vervolgens inbrengen bij de co-creatie.
1° het ontwikkelen van een culturele activiteit door studenten in samenwerking met een culturele instelling naar keuze;
2° een budget dat in ieder geval € 5.000,– bedraagt en onderdeel is van de begroting die hoort bij de aanvraag;
3° studenten die volledige vrijheid hebben in het vormgeven van de activiteit zolang de activiteit zich richt op cultuureducatie; en
4° studenten die de opgedane visie, ervaring en resultaten vervolgens inbrengen bij de co-creatie.
2. Ter aanvulling op de doelen in het eerste lid, kan ook kan subsidie worden aangevraagd voor het optimaliseren van de verbinding tussen binnen- en buitenschoolse cultuureducatie, als dat past bij het cultuureducatieve project.
3. Het project:
a. start niet eerder dan 13 weken na het indienen van de aanvraag;
b. heeft een minimale looptijd van zes maanden en een maximale looptijd van twee jaar; en
c. start uiterlijk binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag.
- Citeren als
- Art. 3.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045517
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl