BWBR0045517
Geldig vanaf 13-04-2023
Artikel 2.15
Regeling Cultuureducatie
Naast de in artikel 1.4 genoemde voorwaarden en beperkingen geldt voor fase 2:
a. per aanvrager worden maximaal twee aanvragen gehonoreerd;
b. voor een aanvrager die gevestigd is in het Europees deel van Nederland bedraagt de subsidie maximaal 80% van de totale kosten van het project; voor een aanvrager die gevestigd is in het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt een percentage van maximaal 90%;
c. de onderwijsinstelling draagt bij aan de benodigde financiële middelen voor het project, waarbij deze bijdrage niet alleen uit gekapitaliseerde uren mag bestaan;
d. maximaal 5% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan onvoorziene kosten;
e. voor een aanvrager die gevestigd is in het Europees deel van Nederland geldt dat maximaal 5% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan vervoer van leerlingen; voor aanvragers die gevestigd zijn het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt een percentage van maximaal 15%;
f. maximaal 10% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan materiaalkosten; en
g. maximaal 25% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan buitenschoolse cultuureducatieve activiteiten.
a. per aanvrager worden maximaal twee aanvragen gehonoreerd;
b. voor een aanvrager die gevestigd is in het Europees deel van Nederland bedraagt de subsidie maximaal 80% van de totale kosten van het project; voor een aanvrager die gevestigd is in het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt een percentage van maximaal 90%;
c. de onderwijsinstelling draagt bij aan de benodigde financiële middelen voor het project, waarbij deze bijdrage niet alleen uit gekapitaliseerde uren mag bestaan;
d. maximaal 5% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan onvoorziene kosten;
e. voor een aanvrager die gevestigd is in het Europees deel van Nederland geldt dat maximaal 5% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan vervoer van leerlingen; voor aanvragers die gevestigd zijn het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt een percentage van maximaal 15%;
f. maximaal 10% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan materiaalkosten; en
g. maximaal 25% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan buitenschoolse cultuureducatieve activiteiten.
- Citeren als
- Art. 2.15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045517
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl