BWBR0045517
Geldig vanaf 13-04-2023
Artikel 1.4
Regeling Cultuureducatie
1. Het Fonds weigert subsidie als:
a. voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend: 1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;
4° op grond van de Erfgoedwet.
1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;
4° op grond van de Erfgoedwet.
b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd;
c. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of een omroeporganisatie; of
d. de aanvraag onvoldoende aansluit het doel van de regeling of de overige bij de subsidievereisten;
e. de aanvraag gericht is op reguliere of terugkerende activiteiten of activiteiten die redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere budget van de aanvrager; of
f. de aanvrager een rechtspersoon is die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.6, vijfde lid.
2. Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor een subsidie.
3. Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers in de jaren voorafgaand aan de aanvraag subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
4. Vanaf hoofdstuk 2 kunnen voor de in dat hoofdstuk opgenomen subsidies aanvullende weigeringsgronden bevatten.
a. voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend: 1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;
4° op grond van de Erfgoedwet.
1° door het Fonds;
2° door een van de andere rijkscultuurfondsen;
3° op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;
4° op grond van de Erfgoedwet.
b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd;
c. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of een omroeporganisatie; of
d. de aanvraag onvoldoende aansluit het doel van de regeling of de overige bij de subsidievereisten;
e. de aanvraag gericht is op reguliere of terugkerende activiteiten of activiteiten die redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere budget van de aanvrager; of
f. de aanvrager een rechtspersoon is die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.6, vijfde lid.
2. Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor een subsidie.
3. Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers in de jaren voorafgaand aan de aanvraag subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
4. Vanaf hoofdstuk 2 kunnen voor de in dat hoofdstuk opgenomen subsidies aanvullende weigeringsgronden bevatten.
- Citeren als
- Art. 1.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045517
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl