BWBR0045414
Geldig vanaf 2021-07-17
Artikel 8
Regeling veiling niet-landelijke FM-vergunningen met een lokaal bereik
1. Een rechtspersoon dient ten hoogste één aanvraag in.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden verbonden rechtspersonen tezamen aangemerkt als één rechtspersoon.
3. In de aanvraag wordt, voor zover van toepassing, vermeld van welke vergunningen voor landelijke of niet-landelijke commerciële radio in de FM-band de aanvrager en een met de aanvrager verbonden rechtspersoon reeds houder zijn. Daarbij vermeldt de aanvrager tevens zijn beschikbare demografische ruimte.
4. In de aanvraag wordt vermeld op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag betrekking heeft.
5. De aanvraag heeft betrekking op het aantal activiteitspunten dat gelijk is aan het aantal FM-vergunningen waar de aanvraag op grond van het vierde lid betrekking op heeft.
6. In de aanvraag wordt, ten behoeve van het vaststellen van de noodzaak van veilen overeenkomstig artikel 14, vermeld welke FM-vergunning of FM-vergunningen de aanvrager bij voorkeur wenst te verwerven, uitgaande van het aantal waarop de aanvraag ingevolge het vierde lid betrekking heeft.
7. In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veilingprocedure en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.
8. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 2opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.
9. Bij het invullen van de aanvraag neemt de aanvrager het bepaalde in artikel 3in acht.
10. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
11. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het achtste lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
12. In afwijking van het tiende lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het achtste lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits zij vergezeld gaan van een Nederlandse vertaling.
13. De aanvrager informeert de Minister onmiddellijk over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende, achtste en elfde lid, per aangetekende post, op het adres bedoeld in artikel 4, tweede lid.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden verbonden rechtspersonen tezamen aangemerkt als één rechtspersoon.
3. In de aanvraag wordt, voor zover van toepassing, vermeld van welke vergunningen voor landelijke of niet-landelijke commerciële radio in de FM-band de aanvrager en een met de aanvrager verbonden rechtspersoon reeds houder zijn. Daarbij vermeldt de aanvrager tevens zijn beschikbare demografische ruimte.
4. In de aanvraag wordt vermeld op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag betrekking heeft.
5. De aanvraag heeft betrekking op het aantal activiteitspunten dat gelijk is aan het aantal FM-vergunningen waar de aanvraag op grond van het vierde lid betrekking op heeft.
6. In de aanvraag wordt, ten behoeve van het vaststellen van de noodzaak van veilen overeenkomstig artikel 14, vermeld welke FM-vergunning of FM-vergunningen de aanvrager bij voorkeur wenst te verwerven, uitgaande van het aantal waarop de aanvraag ingevolge het vierde lid betrekking heeft.
7. In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veilingprocedure en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.
8. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 2opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.
9. Bij het invullen van de aanvraag neemt de aanvrager het bepaalde in artikel 3in acht.
10. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
11. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het achtste lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
12. In afwijking van het tiende lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het achtste lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits zij vergezeld gaan van een Nederlandse vertaling.
13. De aanvrager informeert de Minister onmiddellijk over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende, achtste en elfde lid, per aangetekende post, op het adres bedoeld in artikel 4, tweede lid.