BWBR0045414
Geldig vanaf 2021-07-17
Artikel 13
Regeling veiling niet-landelijke FM-vergunningen met een lokaal bereik
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de Minister de aanvraag:
a. volledig af, indien: 1° de aanvrager op grond van zijn beschikbare demografische ruimte geen van de FM-vergunningen kan verwerven;
2° niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, of 5, eerste en tweede lid;
1° de aanvrager op grond van zijn beschikbare demografische ruimte geen van de FM-vergunningen kan verwerven;
2° niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, of 5, eerste en tweede lid;
b. gedeeltelijk af, voor zover het aantal vergunningen dat is aangevraagd hoger is dan het aantal vergunningen dat de aanvrager, gelet op artikel 3.11 van de wet, ten hoogste kan verwerven. 2. De aanvraag wordt gedeeltelijk geweigerd voor het aantal FM-vergunningen dat ingevolge het bepaalde in artikel 3 niet aan hem kan worden verleend. Het aantal activiteitspunten waarover de aanvrager kan beschikken, wordt met hetzelfde aantal verminderd. Bij deze gedeeltelijke afwijzing vermeldt de Minister op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag als gevolg van deze gedeeltelijke weigering betrekking heeft.
2. De aanvraag wordt gedeeltelijk geweigerd voor het aantal FM-vergunningen dat ingevolge het bepaalde in artikel 3 niet aan hem kan worden verleend. Het aantal activiteitspunten waarover de aanvrager kan beschikken, wordt met hetzelfde aantal verminderd. Bij deze gedeeltelijke afwijzing vermeldt de Minister op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag als gevolg van deze gedeeltelijke weigering betrekking heeft.
3. De Minister kan een aanvraag afwijzen als:
a. naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure; of
b. de aanvrager niet voldoet aan een vordering als bedoeld in artikel 18.7, eerste lid, van de wet.
a. volledig af, indien: 1° de aanvrager op grond van zijn beschikbare demografische ruimte geen van de FM-vergunningen kan verwerven;
2° niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, of 5, eerste en tweede lid;
1° de aanvrager op grond van zijn beschikbare demografische ruimte geen van de FM-vergunningen kan verwerven;
2° niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, of 5, eerste en tweede lid;
b. gedeeltelijk af, voor zover het aantal vergunningen dat is aangevraagd hoger is dan het aantal vergunningen dat de aanvrager, gelet op artikel 3.11 van de wet, ten hoogste kan verwerven. 2. De aanvraag wordt gedeeltelijk geweigerd voor het aantal FM-vergunningen dat ingevolge het bepaalde in artikel 3 niet aan hem kan worden verleend. Het aantal activiteitspunten waarover de aanvrager kan beschikken, wordt met hetzelfde aantal verminderd. Bij deze gedeeltelijke afwijzing vermeldt de Minister op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag als gevolg van deze gedeeltelijke weigering betrekking heeft.
2. De aanvraag wordt gedeeltelijk geweigerd voor het aantal FM-vergunningen dat ingevolge het bepaalde in artikel 3 niet aan hem kan worden verleend. Het aantal activiteitspunten waarover de aanvrager kan beschikken, wordt met hetzelfde aantal verminderd. Bij deze gedeeltelijke afwijzing vermeldt de Minister op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag als gevolg van deze gedeeltelijke weigering betrekking heeft.
3. De Minister kan een aanvraag afwijzen als:
a. naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure; of
b. de aanvrager niet voldoet aan een vordering als bedoeld in artikel 18.7, eerste lid, van de wet.