BWBR0045350
Geldig vanaf 2021-07-07
Artikel 34
Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. school: bekostigde speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de WPO;
b. vreemdeling: 1°. leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
2°. die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
3°. nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.
1°. leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
2°. die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
3°. nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan:
a. leerling: – die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en
– die nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland;
– die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en
– die nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland;
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een school; en
– nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland; of
– ingeschreven staat op een school; en
– nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland; of
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een school; en
– nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.
– ingeschreven staat op een school; en
– nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.
3. Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste 4 vreemdelingen die korter dan vier jaar in Nederland verblijven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.
4. De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober;
b. 1 november voor de periode november tot en met januari;
c. 1 februari voor de periode februari tot en met april;
d. 1 mei voor de periode mei tot en met juli.
5. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien het de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2021 en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
6. Een school die niet eerder opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 13.071,00.
7. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;
b. het aantal vreemdelingen dat op de peildatum korter dan vier jaar in Nederland is;
c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd; en
d. in geval van toepassing van het zesde lid, een verklaring dat de school niet eerder de opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.
8. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
9. De bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 3.309,04 voor personeel en € 87,54 voor materiële instandhouding, welke bedragen worden vermenigvuldigd met 3/12.
a. school: bekostigde speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de WPO;
b. vreemdeling: 1°. leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
2°. die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
3°. nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.
1°. leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
2°. die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en onderscheidenlijk van wie ten minste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
3°. nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan:
a. leerling: – die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en
– die nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland;
– die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
– van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft; en
– die nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland;
b. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een school; en
– nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland; of
– ingeschreven staat op een school; en
– nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland; of
c. ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, die: – ingeschreven staat op een school; en
– nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.
– ingeschreven staat op een school; en
– nog geen vier jaar woonachtig is in Nederland.
3. Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste 4 vreemdelingen die korter dan vier jaar in Nederland verblijven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.
4. De bijzondere en de aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober;
b. 1 november voor de periode november tot en met januari;
c. 1 februari voor de periode februari tot en met april;
d. 1 mei voor de periode mei tot en met juli.
5. Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien het de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2021 en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
6. Een school die niet eerder opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 13.071,00.
7. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;
b. het aantal vreemdelingen dat op de peildatum korter dan vier jaar in Nederland is;
c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd; en
d. in geval van toepassing van het zesde lid, een verklaring dat de school niet eerder de opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.
8. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
9. De bekostiging, bedoeld in het derde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 3.309,04 voor personeel en € 87,54 voor materiële instandhouding, welke bedragen worden vermenigvuldigd met 3/12.