BWBR0045350
Geldig vanaf 2021-07-07
Artikel 15
Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2021–2022
1. De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2020 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 117, twaalfde lid, van de WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,61 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 78.052,08;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 44.498,65;
d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 97.578,82.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 31, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a. formatiebasisbedrag: € 27.055,63;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.225,58.
3. Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022 luiden conform onderstaande tabel.
[tabel]
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 0,727%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 0,727% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 0,727%.
5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WECgedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022.
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,61 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 78.052,08;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 44.498,65;
d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 97.578,82.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 31, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a. formatiebasisbedrag: € 27.055,63;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.225,58.
3. Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022 luiden conform onderstaande tabel.
[tabel]
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 0,727%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 0,727% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2020–2021 bedraagt 0,727%.
5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WECgedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022.