BWBR0045283
Geldig vanaf 2021-06-29
Artikel 3
Tijdelijke subsidieregeling continuïteit bruine vloot
1. Het omzetverlies wordt berekend door het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de omzet in de subsidieperiode te bepalen en deze te delen door de omzet in de referentieperiode. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt in procenten.
2. De omzet in de referentieperiode is de omzet in het tweede, derde en vierde kalenderkwartaal van 2019.
3. In afwijking van het tweede lid is de omzet in de referentieperiode voor:
a. een bruine vlootonderneming die na 31 maart 2019 en uiterlijk op 31 mei 2019 voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister: de omzet in de negen kalendermaanden volgend op de maand van de inschrijving in het handelsregister;
b. een bruine vlootonderneming die na 31 mei 2019 en uiterlijk op 31 januari 2020 voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister: de omzet in de kalendermaanden volgend op de maand na de inschrijving in het handelsregister tot 1 maart 2020 gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met negen.
4. De omzet in de subsidieperiode is de omzet in het tweede, derde en vierde kalenderkwartaal van 2020.
5. Als de omzet van de bruine vlootonderneming wordt beschouwd het bedrag ten aanzien waarvan de bruine vlootonderneming aangifte doet voor de omzetbelasting, overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968. Tevens wordt als omzet beschouwd omzet die niet in een aangifte omzetbelasting gerapporteerd wordt, maar op eenvoudige en duidelijke wijze blijkt uit de financiële administratie of uit een ander bewijsstuk van de bruine vlootonderneming.
6. Tot de omzet in de subsidieperiode worden voor de toepassing van deze regeling niet gerekend subsidies, tegemoetkomingen of steun in een andere vorm die de bruine vlootonderneming heeft verkregen van een bestuursorgaan in verband met, of mede in verband met, de gevolgen van de bestrijding van de verspreiding van COVID-19.
2. De omzet in de referentieperiode is de omzet in het tweede, derde en vierde kalenderkwartaal van 2019.
3. In afwijking van het tweede lid is de omzet in de referentieperiode voor:
a. een bruine vlootonderneming die na 31 maart 2019 en uiterlijk op 31 mei 2019 voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister: de omzet in de negen kalendermaanden volgend op de maand van de inschrijving in het handelsregister;
b. een bruine vlootonderneming die na 31 mei 2019 en uiterlijk op 31 januari 2020 voor de eerste maal is ingeschreven in het handelsregister: de omzet in de kalendermaanden volgend op de maand na de inschrijving in het handelsregister tot 1 maart 2020 gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met negen.
4. De omzet in de subsidieperiode is de omzet in het tweede, derde en vierde kalenderkwartaal van 2020.
5. Als de omzet van de bruine vlootonderneming wordt beschouwd het bedrag ten aanzien waarvan de bruine vlootonderneming aangifte doet voor de omzetbelasting, overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968. Tevens wordt als omzet beschouwd omzet die niet in een aangifte omzetbelasting gerapporteerd wordt, maar op eenvoudige en duidelijke wijze blijkt uit de financiële administratie of uit een ander bewijsstuk van de bruine vlootonderneming.
6. Tot de omzet in de subsidieperiode worden voor de toepassing van deze regeling niet gerekend subsidies, tegemoetkomingen of steun in een andere vorm die de bruine vlootonderneming heeft verkregen van een bestuursorgaan in verband met, of mede in verband met, de gevolgen van de bestrijding van de verspreiding van COVID-19.