BWBR0045283
Geldig vanaf 2021-06-29
Artikel 2
Tijdelijke subsidieregeling continuïteit bruine vloot
1. De minister verstrekt op aanvraag eenmalig een subsidie aan een bruine vlootonderneming om bij te dragen aan de financiering van de vaste lasten en de variabele lasten in het tweede, derde en vierde kalenderkwartaal van 2020.
2. De subsidie wordt enkel verstrekt, indien:
a. het omzetverlies van de bruine vlootonderneming ten minste 30% bedraagt;
b. de uitkomst van de vermenigvuldiging van A en C ten aanzien van de bruine vlootonderneming ten minste € 1.000 bedraagt;
c. de onderneming op 15 maart 2020 is ingeschreven in het handelsregister onder de code 5010, 5030 of 9103 van de Standaard Bedrijfsindeling;
d. de onderneming of de natuurlijke persoon die de onderneming drijft eigenaar is van een historische zeilschip, waarvan de kiel is gelegd in 1971 of eerder en welk schip wordt geëxploiteerd ten behoeve van passagiersvaart;
e. de onderneming een MKB-onderneming is.
3. Geen subsidie wordt verstrekt aan:
a. een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 25g, eerste lid, van de Mededingingswet;
c. een bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs;
d. een bekostigde instelling voor educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs;
e. een bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
4. In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, wordt subsidie verstrekt aan een bruine vlootonderneming indien ten genoegen van de minister blijkt dat de onderneming op 15 maart 2020 feitelijk een activiteit uitvoerde die onder de code 5010, 5030 of 9103 van de Standaard Bedrijfsindeling valt.
2. De subsidie wordt enkel verstrekt, indien:
a. het omzetverlies van de bruine vlootonderneming ten minste 30% bedraagt;
b. de uitkomst van de vermenigvuldiging van A en C ten aanzien van de bruine vlootonderneming ten minste € 1.000 bedraagt;
c. de onderneming op 15 maart 2020 is ingeschreven in het handelsregister onder de code 5010, 5030 of 9103 van de Standaard Bedrijfsindeling;
d. de onderneming of de natuurlijke persoon die de onderneming drijft eigenaar is van een historische zeilschip, waarvan de kiel is gelegd in 1971 of eerder en welk schip wordt geëxploiteerd ten behoeve van passagiersvaart;
e. de onderneming een MKB-onderneming is.
3. Geen subsidie wordt verstrekt aan:
a. een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 25g, eerste lid, van de Mededingingswet;
c. een bekostigde school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs;
d. een bekostigde instelling voor educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs;
e. een bekostigde instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
4. In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, wordt subsidie verstrekt aan een bruine vlootonderneming indien ten genoegen van de minister blijkt dat de onderneming op 15 maart 2020 feitelijk een activiteit uitvoerde die onder de code 5010, 5030 of 9103 van de Standaard Bedrijfsindeling valt.