BWBR0045276
Geldig vanaf 2021-07-01
Artikel 7
Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen
Onverminderd artikel 4:35, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de subsidieverstrekking geweigerd indien:
a. de aanvrager reeds subsidie op grond van dit besluit heeft ontvangen;
b. de aanvraag ziet op niet-subsidiabele kosten;
c. de generieke werkgeversvoorziening reeds is gerealiseerd;
d. de aanvrager de generieke werkgeversvoorziening, blijkens een voorafgaand aan de aanvraag gedane betaling hiervoor, ook zou hebben gerealiseerd zonder het verkrijgen van een subsidie;
e. het niet aannemelijk is dat een persoon met een structurele functionele beperking voor het verrichten van werkzaamheden aangewezen is op de betreffende generieke werkgeversvoorziening;
f. het niet aannemelijk is dat de generieke werkgeversvoorziening zal worden benut door het aantal personen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c;
g. het niet aannemelijk is dat de generieke werkgeversvoorziening zal worden benut door personen die Nederlander zijn of rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000;
h. de kosten voor het realiseren van de generieke werkgeversvoorziening, ook indien wordt uitgegaan van de goedkoopste adequate voorziening of na aftrek van inbreng van eigen middelen, niet evenredig zijn tot de beoogde benutting ervan door het aantal personen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c;
i. de aanvraag is gedaan buiten de tijdvakken, genoemd in artikel 5, eerste lid, of vastgesteld op grond van artikel 5, vierde lid;
j. de aanvraag ziet op kosten die worden gemaakt op grond van de artikelen 3, eerste lid, onderdeel c, of 4 van de Arbeidsomstandighedenwet; of
k. de generieke werkgeversvoorziening niet binnen een jaar na de subsidievaststelling kan worden gerealiseerd.
a. de aanvrager reeds subsidie op grond van dit besluit heeft ontvangen;
b. de aanvraag ziet op niet-subsidiabele kosten;
c. de generieke werkgeversvoorziening reeds is gerealiseerd;
d. de aanvrager de generieke werkgeversvoorziening, blijkens een voorafgaand aan de aanvraag gedane betaling hiervoor, ook zou hebben gerealiseerd zonder het verkrijgen van een subsidie;
e. het niet aannemelijk is dat een persoon met een structurele functionele beperking voor het verrichten van werkzaamheden aangewezen is op de betreffende generieke werkgeversvoorziening;
f. het niet aannemelijk is dat de generieke werkgeversvoorziening zal worden benut door het aantal personen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c;
g. het niet aannemelijk is dat de generieke werkgeversvoorziening zal worden benut door personen die Nederlander zijn of rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000;
h. de kosten voor het realiseren van de generieke werkgeversvoorziening, ook indien wordt uitgegaan van de goedkoopste adequate voorziening of na aftrek van inbreng van eigen middelen, niet evenredig zijn tot de beoogde benutting ervan door het aantal personen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c;
i. de aanvraag is gedaan buiten de tijdvakken, genoemd in artikel 5, eerste lid, of vastgesteld op grond van artikel 5, vierde lid;
j. de aanvraag ziet op kosten die worden gemaakt op grond van de artikelen 3, eerste lid, onderdeel c, of 4 van de Arbeidsomstandighedenwet; of
k. de generieke werkgeversvoorziening niet binnen een jaar na de subsidievaststelling kan worden gerealiseerd.