1. Bij de subsidieverstrekking legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de ontvanger de verplichting op om de generieke werkgeversvoorziening binnen een jaar na de subsidievaststelling te realiseren.
2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt de ontvanger voorts de verplichting op om gedurende drie kalenderjaren:
a. inspanningen te verrichten om de generieke werkgeversvoorziening te benutten door een dienstbetrekking aan te gaan of voort te zetten, en te houden met het aantal personen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c;
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onverwijld te informeren: i. op het moment dat de generieke werkgeversvoorziening is gerealiseerd;
ii. over het aangaan of het voorzetten van de dienstbetrekking, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en over de eventuele beëindiging van deze dienstbetrekking;
iii. over alle aspecten met betrekking tot de bedrijfsvoering die effect hebben op de mate van benutting van de generieke werkgeversvoorziening;
i. op het moment dat de generieke werkgeversvoorziening is gerealiseerd;
ii. over het aangaan of het voorzetten van de dienstbetrekking, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en over de eventuele beëindiging van deze dienstbetrekking;
iii. over alle aspecten met betrekking tot de bedrijfsvoering die effect hebben op de mate van benutting van de generieke werkgeversvoorziening;
c. aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de gevraagde inlichtingen te verstrekken over de inzet van de subsidie;
d. medewerking te verlenen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij het onderzoeken hoe de generieke werkgeversvoorziening kan worden ingezet; en
e. medewerking te verlenen aan bedrijfsbezoeken door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van monitoring van het gebruik van de generieke werkgevervoorziening.
3. De dienstbetrekking, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is een dienstbetrekking:
a. met een arbeidsduur van minimaal zes maanden en een arbeidsomvang van minimaal acht uur per week;
b. die geen dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening is;
c. die geen proeftijd heeft; en
d. waarbij het loon per uur minimaal het minimumloon per uur bedraagt.
4. Het minimumloon per uur, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, is het minimumloon per uur, bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslagof, indien het een werknemer jonger dan 21 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per uur, bedoeld in
artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van die wet, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag, bedoeld in
artikel 15 van die wet.
5. Het informeren, bedoeld onder het tweede lid, onderdeel b, sub ii, geschiedt door de gegevens, bedoeld in
artikel 9, onderdelen b tot en met e, van het Reïntegratiebesluit, te verstrekken aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.