BWBR0045245
Geldig vanaf 2021-06-18
Artikel 10
Tijdelijke regeling subsidie evenementen COVID-19
1. De subsidieontvanger is verplicht het deel van de subsidie waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt binnen ten hoogste 5 jaar na vaststelling van de subsidie en volgens een in de beschikking tot subsidieverlening vastgelegd schema terug te betalen aan de minister.
2. De subsidieontvanger is verplicht over het uitstaande saldo van het deel van de subsidie waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt aan de minister jaarlijks 2% rente te betalen.
3. De subsidieontvanger is verplicht alle redelijke maatregelen te nemen om de subsidiabele kosten te beperken.
4. Indien het subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt is de subsidieontvanger verplicht binnen 6 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling een controleverklaring als bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel c, van het Kaderbesluitte overleggen. De accountant of accountant-administratieconsulent controleert en stelt de controleverklaring vast met inachtneming van de voorschriften, gesteld in bijlage 1.
5. Indien het subsidiebedrag € 25.000 of meer bedraagt en minder bedraagt dan € 125.000 is de subsidieontvanger verplicht binnen 6 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling een met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel afgegeven verklaring van een onafhankelijke deskundige derde, zijnde accountant, accountant-administratieconsulent of fiscaal adviseur, te overleggen waaruit blijkt dat de aanvraag uitsluitend subsidiabele kosten betreft en overeenkomstig de werkelijke kosten en opbrengsten is.
6. Artikel 38, eerste lid, onderdelen b, c en d, van het Kaderbesluitis niet van toepassing.
7. Uit de gegevens, bedoeld in artikel 38, derde lid, van het Kaderbesluitdienen de specifiek ten behoeve van het evenement gemaakte en betaalde kosten te allen tijde op duidelijke en eenvoudige wijze afgeleid te kunnen worden.
2. De subsidieontvanger is verplicht over het uitstaande saldo van het deel van de subsidie waarvoor een terugbetalingsverplichting geldt aan de minister jaarlijks 2% rente te betalen.
3. De subsidieontvanger is verplicht alle redelijke maatregelen te nemen om de subsidiabele kosten te beperken.
4. Indien het subsidiebedrag € 125.000 of meer bedraagt is de subsidieontvanger verplicht binnen 6 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling een controleverklaring als bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel c, van het Kaderbesluitte overleggen. De accountant of accountant-administratieconsulent controleert en stelt de controleverklaring vast met inachtneming van de voorschriften, gesteld in bijlage 1.
5. Indien het subsidiebedrag € 25.000 of meer bedraagt en minder bedraagt dan € 125.000 is de subsidieontvanger verplicht binnen 6 weken na indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling een met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel afgegeven verklaring van een onafhankelijke deskundige derde, zijnde accountant, accountant-administratieconsulent of fiscaal adviseur, te overleggen waaruit blijkt dat de aanvraag uitsluitend subsidiabele kosten betreft en overeenkomstig de werkelijke kosten en opbrengsten is.
6. Artikel 38, eerste lid, onderdelen b, c en d, van het Kaderbesluitis niet van toepassing.
7. Uit de gegevens, bedoeld in artikel 38, derde lid, van het Kaderbesluitdienen de specifiek ten behoeve van het evenement gemaakte en betaalde kosten te allen tijde op duidelijke en eenvoudige wijze afgeleid te kunnen worden.