BWBR0045235
Geldig vanaf 2023-10-04
Artikel 5a
Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade
1. De voorzitter is eindverantwoordelijk voor:
a. de uitvoering van de taken van de commissie, bedoeld in artikel 3, tweede lid;
b. de totstandkoming van de eigen werkwijze van de commissie, bedoeld in artikel 7, eerste lid;
c. de verantwoording aan de minister en het evaluatieverslag, bedoeld in artikel 8;
d. het waarborgen van de noodzakelijke expertise en samenhang binnen de commissie, met inachtneming van artikel 5, vierde lid;
e. het periodiek evalueren van het schadebeoordelingskader, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e.
2. De voorzitter wordt bijgestaan door een operationeel directeur die:
a. de dagelijkse leiding heeft over het secretariaat en daar zelf onderdeel van uitmaakt;
b. verantwoordelijk is voor de implementatie van de eigen werkwijze, bedoeld in artikel 7, eerste lid, in nauw overleg met de voorzitter;
c. verantwoordelijk is voor de interne bedrijfsvoering;
d. rapporteert aan de voorzitter.
3. De voorzitter heeft de dagelijkse leiding over de advieswerkzaamheden van de commissie. Met dit doel stelt hij met de overige leden van de commissie een adviesprocedure op als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, die wordt opgenomen in de eigen werkwijze, bedoeld in artikel 7, eerste lid. Deze adviesprocedure kent in ieder geval de volgende onderdelen:
a. de betrokkenheid van de leden bij de totstandkoming van een advies;
b. de betrokkenheid van medewerkers die adviezen en berekeningen voorbereiden;
c. waarborgen voor een eenduidige advisering ter bevordering van de rechtseenheid;
d. de wijze waarop aanvragers van een kinderopvangtoeslag, partners van een overleden aanvrager en kinderen van een overleden aanvrager hun visie kenbaar kunnen maken op het voorgenomen advies van de commissie.
a. de uitvoering van de taken van de commissie, bedoeld in artikel 3, tweede lid;
b. de totstandkoming van de eigen werkwijze van de commissie, bedoeld in artikel 7, eerste lid;
c. de verantwoording aan de minister en het evaluatieverslag, bedoeld in artikel 8;
d. het waarborgen van de noodzakelijke expertise en samenhang binnen de commissie, met inachtneming van artikel 5, vierde lid;
e. het periodiek evalueren van het schadebeoordelingskader, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e.
2. De voorzitter wordt bijgestaan door een operationeel directeur die:
a. de dagelijkse leiding heeft over het secretariaat en daar zelf onderdeel van uitmaakt;
b. verantwoordelijk is voor de implementatie van de eigen werkwijze, bedoeld in artikel 7, eerste lid, in nauw overleg met de voorzitter;
c. verantwoordelijk is voor de interne bedrijfsvoering;
d. rapporteert aan de voorzitter.
3. De voorzitter heeft de dagelijkse leiding over de advieswerkzaamheden van de commissie. Met dit doel stelt hij met de overige leden van de commissie een adviesprocedure op als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, die wordt opgenomen in de eigen werkwijze, bedoeld in artikel 7, eerste lid. Deze adviesprocedure kent in ieder geval de volgende onderdelen:
a. de betrokkenheid van de leden bij de totstandkoming van een advies;
b. de betrokkenheid van medewerkers die adviezen en berekeningen voorbereiden;
c. waarborgen voor een eenduidige advisering ter bevordering van de rechtseenheid;
d. de wijze waarop aanvragers van een kinderopvangtoeslag, partners van een overleden aanvrager en kinderen van een overleden aanvrager hun visie kenbaar kunnen maken op het voorgenomen advies van de commissie.