BWBR0045235
Geldig vanaf 2023-10-04
Artikel 3
Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade
1. Er is een Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade.
2. De commissie is een adviseur als bedoeld in artikel 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht en heeft tot taak:
a. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van de wet;
b. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, van de wet;
c. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid, van de wet;
d. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.9b, tweede lid, van de wet;
e. het opstellen en aanpassen van een schadebeoordelingskader ten behoeve van de uitoefening van de adviestaak van de commissie;
f. het inrichten van een efficiënte en duidelijke adviesprocedure, waarbij ruimte is voor de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, de partner van de overleden aanvrager of het kind van de overleden aanvrager om een visie op het voorgenomen advies kenbaar te maken.
3. De minister kan de commissie verzoeken om het schadebeoordelingskader, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, aan te passen.
4. De commissie is bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en deze te onderzoeken en beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.
2. De commissie is een adviseur als bedoeld in artikel 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht en heeft tot taak:
a. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van de wet;
b. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, van de wet;
c. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.9a, tweede lid, van de wet;
d. het onafhankelijk adviseren van de Dienst Toeslagen over aanvragen tot toekenning van aanvullende compensatie voor de werkelijke schade of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.9b, tweede lid, van de wet;
e. het opstellen en aanpassen van een schadebeoordelingskader ten behoeve van de uitoefening van de adviestaak van de commissie;
f. het inrichten van een efficiënte en duidelijke adviesprocedure, waarbij ruimte is voor de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, de partner van de overleden aanvrager of het kind van de overleden aanvrager om een visie op het voorgenomen advies kenbaar te maken.
3. De minister kan de commissie verzoeken om het schadebeoordelingskader, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, aan te passen.
4. De commissie is bevoegd gedurende het onderzoek aanvullende vragen te formuleren en deze te onderzoeken en beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.