BWBR0045206
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 6
Besluit benoemingsprocedure SER
1. Het lid of plaatsvervangend lid van de Raad dat na zijn benoeming een aanvang maakt met de vervulling van een functie, genoemd in artikel 5, eerste lid, of ophoudt te voldoen aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens de wet, stelt hiervan de voorzitter van de Raad onverwijld schriftelijk in kennis.
2. Als de inkennisstelling een bij koninklijk besluit benoemd lid of plaatsvervangend lid betreft, dan bericht de voorzitter van de Raad Onze Minister schriftelijk binnen een week na de inkennisstelling.
3. Als de inkennisstelling een lid of plaatsvervangend lid, benoemd door een organisatie of organisaties betreft, dan bericht de voorzitter van de Raad de betrokken organisatie of organisaties schriftelijk binnen een week na de inkennisstelling.
4. Als de inkennisstelling de voorzitter van de Raad betreft, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid in de plaats van «voorzitter van de Raad» gelezen «de eerste plaatsvervangende voorzitter van de Raad».
2. Als de inkennisstelling een bij koninklijk besluit benoemd lid of plaatsvervangend lid betreft, dan bericht de voorzitter van de Raad Onze Minister schriftelijk binnen een week na de inkennisstelling.
3. Als de inkennisstelling een lid of plaatsvervangend lid, benoemd door een organisatie of organisaties betreft, dan bericht de voorzitter van de Raad de betrokken organisatie of organisaties schriftelijk binnen een week na de inkennisstelling.
4. Als de inkennisstelling de voorzitter van de Raad betreft, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid in de plaats van «voorzitter van de Raad» gelezen «de eerste plaatsvervangende voorzitter van de Raad».