BWBR0045206
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 5
Besluit benoemingsprocedure SER
1. Het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van de Raad zijn onverenigbaar met de functie van:
a. algemeen secretaris, secretaris, of ander lid van het personeel van de Raad;
b. Minister of Staatssecretaris;
c. vice-president van de Raad van State, of lid of staatsraad die deel uitmaakt van de Afdeling advisering van de Raad van State, bedoeld in artikel 16a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State;
d. senior raadsheer, raadsheer, raadsheer-plaatsvervanger, senior-gerechtsauditeur, gerechtsauditeur of buitengriffier bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
2. Het lid of plaatsvervangend lid van de Raad dat een aanvang maakt met de vervulling van een functie, genoemd in het eerste lid, houdt daardoor van rechtswege op lid respectievelijk plaatsvervangend lid van de Raad te zijn.
a. algemeen secretaris, secretaris, of ander lid van het personeel van de Raad;
b. Minister of Staatssecretaris;
c. vice-president van de Raad van State, of lid of staatsraad die deel uitmaakt van de Afdeling advisering van de Raad van State, bedoeld in artikel 16a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State;
d. senior raadsheer, raadsheer, raadsheer-plaatsvervanger, senior-gerechtsauditeur, gerechtsauditeur of buitengriffier bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
2. Het lid of plaatsvervangend lid van de Raad dat een aanvang maakt met de vervulling van een functie, genoemd in het eerste lid, houdt daardoor van rechtswege op lid respectievelijk plaatsvervangend lid van de Raad te zijn.