BWBR0045114
Geldig vanaf 30-01-2024
Artikel 6
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Breda 2021
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid (vervoersfouillering), van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van het vrijheidsbeperkend middel handboeien en het geweldsmiddel korte wapenstok.
De gebruikmaking van het geweldsmiddel korte wapenstok wordt toegekend, onder de randvoorwaarden zoals gesteld op basis van artikel 29 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar in de adviezen van de toezichthouders. Hiertoe vindt op basis van artikel 40 en 41 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regulier overleg plaats.
De gebruikmaking van het geweldsmiddel korte wapenstok wordt toegekend, onder de randvoorwaarden zoals gesteld op basis van artikel 29 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar in de adviezen van de toezichthouders. Hiertoe vindt op basis van artikel 40 en 41 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regulier overleg plaats.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0045114
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl