BWBR0045098
Geldig vanaf 2022-10-01
Artikel 4
Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO zonder overheidsvergoeding
1. De hoogte van de tegemoetkoming per kind en per opvangsoort wordt bepaald overeenkomstig de volgende rekensom:
maximum uurprijs opvangsoort* aantal uren opvangsoort
Hierbij staat maximum uurprijs opvangsoortvoor de maximum uurprijs per soort kinderopvang, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslagwaarbij de maximum uurprijs voor de maanden maart 2020 tot en met juni 2020 en december 2020 wordt bepaald op basis van het Besluit kinderopvangtoeslagzoals dat luidde op 31 december 2020 en voor de maanden januari tot en met april 2021 op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 1 januari 2021; en
Om het aantal uren opvangsoortte berekenen wordt per maand de hoeveelheid gefactureerde uren vermenigvuldigd met de factor waarmee de betreffende maand meetelt, met een maximum van 230 uur per maand voor alle soorten van kinderopvang, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag. Het totaalaantal uren opvangsoortbetreft de som van alle maanden.
2. De factor waarmee de betreffende maand meetelt, bedoeld in het eerste lid, betreft:
a. 16/31e voor de gefactureerde uren in de maanden maart 2020 en december 2020;
b. 30/30e voor de gefactureerde uren in de maand april 2020;
c. 10/31e voor de gefactureerde uren in de maand mei 2020 wat betreft dagopvang en gastouderopvang;
d. 31/31e voor de gefactureerde uren in de maand mei 2020 wat betreft de buitenschoolse opvang;
e. 7/30e voor de gefactureerde uren in de maand juni 2020 wat betreft de buitenschoolse opvang;
f. 31/31evoor de gefactureerde uren in de maand januari 2021;
g. 7/28e voor de gefactureerde uren in de maand februari 2021 wat betreft de dagopvang en gastouderopvang;
h. 28/28e voor de gefactureerde uren in de maand februari 2021 wat betreft de buitenschoolse opvang;
i. 31/31e voor de gefactureerde uren in de maand maart 2021 voor wat betreft de buitenschoolse opvang;
j. 18/30e voor de factureerde uren in de maand april 2021 voor wat betreft de buitenschoolse opvang.
3. Indien tijdens de maanden van de eerste of tweede sluitingsperiode het contract ten behoeve van de kinderopvang is gewijzigd, wordt het aantal uren opvangsoort, bedoeld in het eerste lid, per maand bepaald overeenkomstig de volgende rekensom:
opvangperiode binnen de eerste of tweede sluitingsperiode en binnen de maand
_____________________________________________________________ * uren maandfactuur
opvangperiode binnen de maand
Hierbij staat:
‘Opvangperiode binnen de eerste of tweede sluitingsperiode en binnen de maand’ voor het aantal contractuele opvangdagen in de eerste of tweede sluitingsperiode; en
‘Opvangperiode binnen de maand’ voor het aantal dagen binnen de betreffende maand dat het kind naar de betreffende soort opvang zou gaan.
4. De totale hoogte van de tegemoetkoming per aanvraag is de som van alle bedragen per opvangsoort en wordt naar boven afgerond op hele euro’s.
maximum uurprijs opvangsoort* aantal uren opvangsoort
Hierbij staat maximum uurprijs opvangsoortvoor de maximum uurprijs per soort kinderopvang, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslagwaarbij de maximum uurprijs voor de maanden maart 2020 tot en met juni 2020 en december 2020 wordt bepaald op basis van het Besluit kinderopvangtoeslagzoals dat luidde op 31 december 2020 en voor de maanden januari tot en met april 2021 op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag zoals dat luidde op 1 januari 2021; en
Om het aantal uren opvangsoortte berekenen wordt per maand de hoeveelheid gefactureerde uren vermenigvuldigd met de factor waarmee de betreffende maand meetelt, met een maximum van 230 uur per maand voor alle soorten van kinderopvang, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag. Het totaalaantal uren opvangsoortbetreft de som van alle maanden.
2. De factor waarmee de betreffende maand meetelt, bedoeld in het eerste lid, betreft:
a. 16/31e voor de gefactureerde uren in de maanden maart 2020 en december 2020;
b. 30/30e voor de gefactureerde uren in de maand april 2020;
c. 10/31e voor de gefactureerde uren in de maand mei 2020 wat betreft dagopvang en gastouderopvang;
d. 31/31e voor de gefactureerde uren in de maand mei 2020 wat betreft de buitenschoolse opvang;
e. 7/30e voor de gefactureerde uren in de maand juni 2020 wat betreft de buitenschoolse opvang;
f. 31/31evoor de gefactureerde uren in de maand januari 2021;
g. 7/28e voor de gefactureerde uren in de maand februari 2021 wat betreft de dagopvang en gastouderopvang;
h. 28/28e voor de gefactureerde uren in de maand februari 2021 wat betreft de buitenschoolse opvang;
i. 31/31e voor de gefactureerde uren in de maand maart 2021 voor wat betreft de buitenschoolse opvang;
j. 18/30e voor de factureerde uren in de maand april 2021 voor wat betreft de buitenschoolse opvang.
3. Indien tijdens de maanden van de eerste of tweede sluitingsperiode het contract ten behoeve van de kinderopvang is gewijzigd, wordt het aantal uren opvangsoort, bedoeld in het eerste lid, per maand bepaald overeenkomstig de volgende rekensom:
opvangperiode binnen de eerste of tweede sluitingsperiode en binnen de maand
_____________________________________________________________ * uren maandfactuur
opvangperiode binnen de maand
Hierbij staat:
‘Opvangperiode binnen de eerste of tweede sluitingsperiode en binnen de maand’ voor het aantal contractuele opvangdagen in de eerste of tweede sluitingsperiode; en
‘Opvangperiode binnen de maand’ voor het aantal dagen binnen de betreffende maand dat het kind naar de betreffende soort opvang zou gaan.
4. De totale hoogte van de tegemoetkoming per aanvraag is de som van alle bedragen per opvangsoort en wordt naar boven afgerond op hele euro’s.