BWBR0045054
Geldig vanaf 2021-07-03
Artikel 2
Uitvoeringswet Erasmusprogramma en Europees Solidariteitskorps
1. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap treedt op als nationale autoriteit als bedoeld in de Erasmusverordening, voor zover het betreft de monitoring van en het toezicht op het beheer van het deel van het Erasmus-programma dat betrekking heeft op de beleidsterreinen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport treedt op als nationale autoriteit als bedoeld in de Erasmusverordening, voor zover het betreft de monitoring van en het toezicht op het beheer van het deel van het Erasmus-programma dat betrekking heeft op de beleidsterreinen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, alsmede als nationale autoriteit als bedoeld in de Verordening Europees Solidariteitskorps.
2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport treedt op als nationale autoriteit als bedoeld in de Erasmusverordening, voor zover het betreft de monitoring van en het toezicht op het beheer van het deel van het Erasmus-programma dat betrekking heeft op de beleidsterreinen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, alsmede als nationale autoriteit als bedoeld in de Verordening Europees Solidariteitskorps.