BWBR0045051
Geldig vanaf 2025-05-28
Artikel 6.3
Regeling veterinaire maatregelen specifieke dierziekten of zoönosen
1. Een vervoermiddel, afkomstig uit een lidstaat waar een uitbraak van een besmettelijke dierziekte, genoemd in artikel 6.4is bevestigd, waarmee een of meer dieren van soorten, of dierlijke producten, genoemd in dat artikel bij die ziekte, in Nederland worden gebracht of een vervoermiddel afkomstig uit een derde land, dat wordt gelost op een inrichting die niet beschikt over een ingevolge artikel 2.10c van het besluiterkende reinigings- en ontsmettingsplaats, wordt in voorkomend geval na reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 2.10b van het besluitonmiddellijk vervoerd naar een ingevolge artikel 2.10c van het besluit erkende reinigings- en ontsmettingsplaats, een slachthuis, een verzamelcentrum of een broederij, om aldaar te worden gereinigd en ontsmet.
2. Een vervoermiddel dat in een lidstaat waar een uitbraak van een besmettelijke dierziekte, genoemd in artikel 6.4is bevestigd, kennelijk is gebruikt voor het vervoeren van een of meer dieren van soorten, of dierlijke producten, genoemd in dat artikel bij die ziekte, of in derde landen, en dat vanuit deze lidstaat of derde landen, anders dan in doorvoer leeg in Nederland wordt gebracht, wordt onmiddellijk gereinigd en ontsmet op een ingevolge artikel 2.10c van het besluiterkende reiniging- en ontsmettingsplaats, een slachthuis, een verzamelcentrum of een broederij.
3. De exploitant van het vervoermiddel, bedoeld in het eerste of tweede lid, overlegt binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland aan de Minister een bewijs van de reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 2.10d, derde lid, van het besluit.
4. Wanneer het vervoermiddel, bedoeld in het eerste of tweede lid, afkomstig is uit een lidstaat, meldt de exploitant aan de Minister in aanvulling op het derde lid binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland het nummer van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 143 van verordening (EU) nr. 2016/429, dat het meest recentelijk is afgegeven.
5. Het eerste, tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervoermiddel dat afkomstig is uit een lidstaat, of gebied van een lidstaat, waar een besmettelijke dierziekte, genoemd in artikel 6.4, bij een in het wild levend dier is bevestigd, indien die lidstaat, of dat gebied van die lidstaat, is aangewezen in artikel 6.5.
2. Een vervoermiddel dat in een lidstaat waar een uitbraak van een besmettelijke dierziekte, genoemd in artikel 6.4is bevestigd, kennelijk is gebruikt voor het vervoeren van een of meer dieren van soorten, of dierlijke producten, genoemd in dat artikel bij die ziekte, of in derde landen, en dat vanuit deze lidstaat of derde landen, anders dan in doorvoer leeg in Nederland wordt gebracht, wordt onmiddellijk gereinigd en ontsmet op een ingevolge artikel 2.10c van het besluiterkende reiniging- en ontsmettingsplaats, een slachthuis, een verzamelcentrum of een broederij.
3. De exploitant van het vervoermiddel, bedoeld in het eerste of tweede lid, overlegt binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland aan de Minister een bewijs van de reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 2.10d, derde lid, van het besluit.
4. Wanneer het vervoermiddel, bedoeld in het eerste of tweede lid, afkomstig is uit een lidstaat, meldt de exploitant aan de Minister in aanvulling op het derde lid binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland het nummer van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 143 van verordening (EU) nr. 2016/429, dat het meest recentelijk is afgegeven.
5. Het eerste, tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervoermiddel dat afkomstig is uit een lidstaat, of gebied van een lidstaat, waar een besmettelijke dierziekte, genoemd in artikel 6.4, bij een in het wild levend dier is bevestigd, indien die lidstaat, of dat gebied van die lidstaat, is aangewezen in artikel 6.5.