BWBR0045051
Geldig vanaf 2025-05-28
Artikel 3.12
Regeling veterinaire maatregelen specifieke dierziekten of zoönosen
1. Het is verboden hoenderachtigen, ganzen of eenden, met uitzondering van eendagskuikens van die diersoorten, te vervoeren tussen inrichtingen in Nederland waar deze vogels commercieel worden gehouden.
2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer toegestaan indien:
a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt;
b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol; en
c. de vogels vergezeld gaan van een verklaring die minder dan 24 uur oud is van een dierenarts waaruit blijkt dat deze dieren op basis van een klinische inspectie geen ziekteverschijnselen vertonen.
3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, bevat in elk geval:
a. de datum en het tijdstip van de klinische inspectie;
b. de contactgegevens en het subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren, van de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt;
c. de bevindingen van de klinische inspectie; en
d. de naam en de handtekening van de dierenarts.
4. De exploitant van de inrichting waar de vogels, bedoeld in het eerste lid, onder toepassing van het tweede lid worden afgeleverd, bewaart de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde verklaring gedurende zes maanden.
2. In afwijking van het eerste lid is het vervoer toegestaan indien:
a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt;
b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol; en
c. de vogels vergezeld gaan van een verklaring die minder dan 24 uur oud is van een dierenarts waaruit blijkt dat deze dieren op basis van een klinische inspectie geen ziekteverschijnselen vertonen.
3. De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, bevat in elk geval:
a. de datum en het tijdstip van de klinische inspectie;
b. de contactgegevens en het subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren, van de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt;
c. de bevindingen van de klinische inspectie; en
d. de naam en de handtekening van de dierenarts.
4. De exploitant van de inrichting waar de vogels, bedoeld in het eerste lid, onder toepassing van het tweede lid worden afgeleverd, bewaart de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde verklaring gedurende zes maanden.