BWBR0044962
Geldig vanaf 2021-07-01
Artikel 5.1
Wijzigingswet Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten (nieuwe omgevingsrecht en nadeelcompensatierecht)
Onverminderd hoofdstuk 4 van de Invoeringswet Omgevingswetblijven de artikelen 3:21 tot en met 3:29 van de Algemene wet bestuursrecht, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 1, onderdeel B, van deze wet, van toepassing op:
a. besluiten die zijn aangevraagd voor dat tijdstip;
b. ambtshalve te nemen besluiten waarvan de beslistermijn is aangevangen vóór dat tijdstip;
c. besluiten die zijn aangevraagd na dat tijdstip en ambtshalve besluiten waarvan de beslistermijn is aangevangen na dat tijdstip, indien: 1°. de eerste aanvraag, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is ingediend vóór dat tijdstip;
2°. de laatste aanvraag, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is ingediend na dat tijdstip doch binnen zes weken na ontvangst van de eerste aanvraag of, indien toepassing is gegeven aan artikel 3:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen de door het coördinerend bestuursorgaan gestelde termijn.
1°. de eerste aanvraag, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is ingediend vóór dat tijdstip;
2°. de laatste aanvraag, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is ingediend na dat tijdstip doch binnen zes weken na ontvangst van de eerste aanvraag of, indien toepassing is gegeven aan artikel 3:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen de door het coördinerend bestuursorgaan gestelde termijn.
a. besluiten die zijn aangevraagd voor dat tijdstip;
b. ambtshalve te nemen besluiten waarvan de beslistermijn is aangevangen vóór dat tijdstip;
c. besluiten die zijn aangevraagd na dat tijdstip en ambtshalve besluiten waarvan de beslistermijn is aangevangen na dat tijdstip, indien: 1°. de eerste aanvraag, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is ingediend vóór dat tijdstip;
2°. de laatste aanvraag, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is ingediend na dat tijdstip doch binnen zes weken na ontvangst van de eerste aanvraag of, indien toepassing is gegeven aan artikel 3:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen de door het coördinerend bestuursorgaan gestelde termijn.
1°. de eerste aanvraag, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is ingediend vóór dat tijdstip;
2°. de laatste aanvraag, bedoeld in artikel 3:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is ingediend na dat tijdstip doch binnen zes weken na ontvangst van de eerste aanvraag of, indien toepassing is gegeven aan artikel 3:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen de door het coördinerend bestuursorgaan gestelde termijn.