BWBR0044960
Geldig vanaf 2022-06-10
Artikel 4.4
Regeling specifieke uitkering zwembaden en ijsbanen COVID-19
1. De minister beslist binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, op een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering.
2. Indien de minister op grond van artikel 4.3, derde lid, vrijstelling verleent van de aanvraagtermijn, beslist de minister binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn waarvoor vrijstelling is verleend.
3. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval de ijsbanen en zwembaden waarvoor met behulp van de specifieke uitkering compensatie wordt verleend, het bedrag van de specifieke uitkering, de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.
4. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.
2. Indien de minister op grond van artikel 4.3, derde lid, vrijstelling verleent van de aanvraagtermijn, beslist de minister binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagtermijn waarvoor vrijstelling is verleend.
3. Het besluit tot verlening vermeldt in elk geval de ijsbanen en zwembaden waarvoor met behulp van de specifieke uitkering compensatie wordt verleend, het bedrag van de specifieke uitkering, de periode waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend en de wijze waarop de verantwoording plaatsvindt.
4. De minister verleent bij het besluit tot verlening van de specifieke uitkering een voorschot van 100% dat in één keer wordt betaald.