BWBR0044960
Geldig vanaf 2022-06-10
Artikel 3.3
Regeling specifieke uitkering zwembaden en ijsbanen COVID-19
1. Een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, wordt op aanvraag verstrekt.
2. Een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering kan door de gemeente worden ingediend in de periode van 16 augustus 2021 tot en met 17 oktober 2021.
3. De minister kan vrijstelling verlenen van de termijn, bedoeld in het tweede lid.
4. Voor een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
5. Een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering bevat in ieder geval een overzicht van de uitgaven of gederfde inkomsten per zwembad of ijsbaan die zijn gerealiseerd of nog gerealiseerd gaan worden in verband met activiteiten als bedoeld in artikel 3.1, eerste en tweede lid, die het gevolg zijn van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19.
6. In aanvulling op het vijfde lid gaat een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering van een gemeente voor een niet in eigen beheer zijnde zwembad of ijsbaan vergezeld van een onderbouwing van de aangevraagde bedragen, bedoeld in het vijfde lid, per exploitant.
7. Op verzoek van de minister kan de gemeente gevraagd worden om bij de aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering aanvullende documenten te overleggen ter onderbouwing van:
a. indien het gaat om een in eigen beheer zijnde zwembad of ijsbaan, de bedragen, bedoeld in het vijfde lid; of
b. de definitie van een zwembad of ijsbaan als bedoeld in artikel 1.1.
8. De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt ondertekend door het bevoegd gezag van de gemeente.
2. Een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering kan door de gemeente worden ingediend in de periode van 16 augustus 2021 tot en met 17 oktober 2021.
3. De minister kan vrijstelling verlenen van de termijn, bedoeld in het tweede lid.
4. Voor een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
5. Een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering bevat in ieder geval een overzicht van de uitgaven of gederfde inkomsten per zwembad of ijsbaan die zijn gerealiseerd of nog gerealiseerd gaan worden in verband met activiteiten als bedoeld in artikel 3.1, eerste en tweede lid, die het gevolg zijn van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19.
6. In aanvulling op het vijfde lid gaat een aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering van een gemeente voor een niet in eigen beheer zijnde zwembad of ijsbaan vergezeld van een onderbouwing van de aangevraagde bedragen, bedoeld in het vijfde lid, per exploitant.
7. Op verzoek van de minister kan de gemeente gevraagd worden om bij de aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering aanvullende documenten te overleggen ter onderbouwing van:
a. indien het gaat om een in eigen beheer zijnde zwembad of ijsbaan, de bedragen, bedoeld in het vijfde lid; of
b. de definitie van een zwembad of ijsbaan als bedoeld in artikel 1.1.
8. De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt ondertekend door het bevoegd gezag van de gemeente.