BWBR0044932
Geldig vanaf 2021-03-13
Artikel 3
Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting
1. Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen, indien de gemeente eerder een toekennende uitkeringsbeschikking heeft gekregen op grond van deze regeling.
2. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen, indien uit de bij de aanvraag ingediende gegevens en bescheiden blijkt dat het programma waarvoor een uitkering wordt gevraagd:
a. een totale omvang heeft van ten minste € 7.500.000 of ten minste 200 woningen herstructureert;
b. enkel fysieke maatregelen bevat als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
c. enkel fysieke maatregelen bevat waarbij sprake is van een financieel tekort;
d. een fysieke maatregel bevat waarvan de uitvoering binnen twee jaar na toekenning van de uitkering opgestart kan worden;
e. enkel fysieke maatregelen bevat waarvan de uitvoering binnen tien jaar na toekenning van de uitkering afgerond kan worden; en
f. door de gemeente en andere medeoverheden van een financiële bijdrage wordt voorzien van ten minste 30 procent van het totale financiële tekort van het programma en van elk deelplan.
3. De minister kan op verzoek van het college de in het tweede lid, onderdeel e, genoemde termijn, telkens met ten hoogste één jaar verlengen, indien sprake is van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan het aannemelijk is dat het deelplan niet binnen die termijn kan worden afgerond.
2. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen, indien uit de bij de aanvraag ingediende gegevens en bescheiden blijkt dat het programma waarvoor een uitkering wordt gevraagd:
a. een totale omvang heeft van ten minste € 7.500.000 of ten minste 200 woningen herstructureert;
b. enkel fysieke maatregelen bevat als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
c. enkel fysieke maatregelen bevat waarbij sprake is van een financieel tekort;
d. een fysieke maatregel bevat waarvan de uitvoering binnen twee jaar na toekenning van de uitkering opgestart kan worden;
e. enkel fysieke maatregelen bevat waarvan de uitvoering binnen tien jaar na toekenning van de uitkering afgerond kan worden; en
f. door de gemeente en andere medeoverheden van een financiële bijdrage wordt voorzien van ten minste 30 procent van het totale financiële tekort van het programma en van elk deelplan.
3. De minister kan op verzoek van het college de in het tweede lid, onderdeel e, genoemde termijn, telkens met ten hoogste één jaar verlengen, indien sprake is van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan het aannemelijk is dat het deelplan niet binnen die termijn kan worden afgerond.