BWBR0044876
Geldig vanaf 2021-11-26
Artikel 21
Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk
1. De minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag tot subsidieverlening.
2. Onverminderd afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrechtvermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval:
a. de activiteiten, uitgesplitst per activiteit en, voor zover van toepassing, per categorie, waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de hoogte van het totaalbedrag van de subsidieverlening en, als onderdeel daarvan het bedrag per traject, alsmede het te verlenen voorschot; en
c. de periode waarover de subsidie wordt verleend.
3. De minister verstrekt bij de beschikking tot subsidieverlening ambtshalve een voorschot van 60% van het op grond van artikel 13berekende bedrag.
4. Onverminderd artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrechtschort de minister de betaling, bedoeld in het derde lid, op indien:
a. er sprake is van een ernstig vermoeden dat niet voldaan wordt aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie; of
b. een melding van de subsidieaanvrager daartoe aanleiding geeft.
5. De subsidieontvanger kan een verzoek tot wijziging van het besluit tot subsidieverlening indienen, wanneer blijkt dat de aantallen ontwikkeladviesactiviteiten, begeleidingsactiviteiten, scholingsactiviteiten of EVC-procedures, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel c, in totaal of in hun onderlinge verdeling afwijken ten opzichte van wat in zijn beschikking tot subsidieverlening is aangegeven.
2. Onverminderd afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrechtvermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval:
a. de activiteiten, uitgesplitst per activiteit en, voor zover van toepassing, per categorie, waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de hoogte van het totaalbedrag van de subsidieverlening en, als onderdeel daarvan het bedrag per traject, alsmede het te verlenen voorschot; en
c. de periode waarover de subsidie wordt verleend.
3. De minister verstrekt bij de beschikking tot subsidieverlening ambtshalve een voorschot van 60% van het op grond van artikel 13berekende bedrag.
4. Onverminderd artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrechtschort de minister de betaling, bedoeld in het derde lid, op indien:
a. er sprake is van een ernstig vermoeden dat niet voldaan wordt aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie; of
b. een melding van de subsidieaanvrager daartoe aanleiding geeft.
5. De subsidieontvanger kan een verzoek tot wijziging van het besluit tot subsidieverlening indienen, wanneer blijkt dat de aantallen ontwikkeladviesactiviteiten, begeleidingsactiviteiten, scholingsactiviteiten of EVC-procedures, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel c, in totaal of in hun onderlinge verdeling afwijken ten opzichte van wat in zijn beschikking tot subsidieverlening is aangegeven.