BWBR0044873
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 4
Regeling specifieke uitkering Schone Lucht Akkoord
1. De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een ontvanger voor een project als bedoeld in artikel 1.
2. Een aanvraag voor een specifieke uitkering voor een project wordt ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier.
3. Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend:
a. voor het kalenderjaar 2021, tussen 1 april 2021, 09:00 uur, en 1 november 2021, 17.00 uur; en
b. voor het kalenderjaar 2022, tussen 1 april 2022, 9:00 uur, en 1 oktober 2022, 17:00 uur;
c. voor het kalenderjaar 2023, tussen 1 april 2023, 9:00 uur, en 29 september 2023, 17:00 uur;
d. voor het kalenderjaar 2024: i. tussen 1 maart 2024, 9:00 uur, en 27 september 2024, 17:00 uur indien de aanvraag een emissieverlagend project, overig project of pilotproject betreft;
ii. tussen 15 juli 2024, 9:00 uur, en 27 september 2024, 17:00 uur indien de aanvraag een inruilproject betreft;
i. tussen 1 maart 2024, 9:00 uur, en 27 september 2024, 17:00 uur indien de aanvraag een emissieverlagend project, overig project of pilotproject betreft;
ii. tussen 15 juli 2024, 9:00 uur, en 27 september 2024, 17:00 uur indien de aanvraag een inruilproject betreft;
e. voor het kalenderjaar 2025, tussen 3 februari 2025, 9:00 uur, en 19 september 2025, 17:00 uur.
4. Een aanvraag voor een emissieverlagend project gaat vergezeld van:
a. een indicatieve berekening van de te bereiken emissiereductie van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen en van de vermeden schadekosten, berekend met behulp van de rekentool die beschikbaar is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De totale kosten van de uitkering zijn lager dan de vermeden schadekosten;
b. een verklaring dat het project is opgenomen in de decentrale uitvoeringsplannen die gelden op het moment van aanvraag, of een verklaring dat bij honorering van de aanvraag het project wordt opgenomen in de decentrale uitvoeringsplannen van het jaar volgend op het jaar van de aanvraag;
c. een schriftelijke onderbouwing waarin de aanvrager aannemelijk maakt dat het project een aanzienlijke gezondheidswinst teweegbrengt.
5. Een aanvraag voor een pilotproject en een overig project gaat vergezeld van een kwalitatieve onderbouwing, waarin in ieder geval uiteengezet wordt, hoe als gevolg van het project, (indirecte) verlaging van emissies of gezondheidswinst in de toekomst kan worden bereikt.
6. Een aanvraag voor een inruilproject gaat vergezeld van:
a. een kwalitatieve onderbouwing, waarin in ieder geval wordt uiteengezet hoe als gevolg van het project verlaging van emissies of gezondheidswinst in de toekomst kan worden bereikt en hoe emissievrij vervoer voor burgers met een laag inkomen wordt bevorderd;
b. een verklaring dat een inruilregeling in ieder geval de volgende eisen bevat: i. de burger die een bijdrage vraagt biedt zijn brom- of snorfiets die een fossiele verbrandingsmotor bevat aan bij een RDW-erkend demontagebedrijf;
ii. het RDW-erkende demontagebedrijf draagt zorg voor demontage van de ingeruilde brom- of snorfiets en meldt de demontage aan via de Online Registratie Autodemontage;
iii. de burger die een bijdrage vraagt, schaft een vervangende elektrische brom- of snorfiets aan bij een RDW-erkend voertuigbedrijf;
iv. het kentekenbewijs van de in te ruilen brom- of snorfiets staat voorafgaand aan de inwerkingtreding van de inruilregeling op naam van de burger die een bijdrage vraagt;
v. de naam van de aanvragende burger komt overeen met de naam op het kentekenbewijs, tenzij de aanvraag namens een minderjarige wordt gedaan door een ouder, verzorger of voogd van de minderjarige waarvan de naam op het kentekenbewijs staat;
vi. de burger die een bijdrage vraagt, is woonachtig in de desbetreffende gemeente en heeft een laag inkomen;
vii. de bijdrage die een burger op basis van de inruilregeling ontvangt bedraagt eenmalig ten hoogste € 1.200;
viii. de ontvanger van de specifieke uitkering draagt ten minste een derde deel bij aan de bijdrage die een burger op basis van de inruilregeling ontvangt.
i. de burger die een bijdrage vraagt biedt zijn brom- of snorfiets die een fossiele verbrandingsmotor bevat aan bij een RDW-erkend demontagebedrijf;
ii. het RDW-erkende demontagebedrijf draagt zorg voor demontage van de ingeruilde brom- of snorfiets en meldt de demontage aan via de Online Registratie Autodemontage;
iii. de burger die een bijdrage vraagt, schaft een vervangende elektrische brom- of snorfiets aan bij een RDW-erkend voertuigbedrijf;
iv. het kentekenbewijs van de in te ruilen brom- of snorfiets staat voorafgaand aan de inwerkingtreding van de inruilregeling op naam van de burger die een bijdrage vraagt;
v. de naam van de aanvragende burger komt overeen met de naam op het kentekenbewijs, tenzij de aanvraag namens een minderjarige wordt gedaan door een ouder, verzorger of voogd van de minderjarige waarvan de naam op het kentekenbewijs staat;
vi. de burger die een bijdrage vraagt, is woonachtig in de desbetreffende gemeente en heeft een laag inkomen;
vii. de bijdrage die een burger op basis van de inruilregeling ontvangt bedraagt eenmalig ten hoogste € 1.200;
viii. de ontvanger van de specifieke uitkering draagt ten minste een derde deel bij aan de bijdrage die een burger op basis van de inruilregeling ontvangt.
7. Een aanvraag gaat vergezeld van een begroting waarin de kosten, bedoeld in artikel 6, gespecificeerd worden en waarin de omzetbelasting die recht geeft op een bijdrage op grond van de Wet op het BTW-compensatiefondsvermeld wordt. De begroting geeft inzicht in de dekking van de kosten van het project die niet door middel van de specifieke uitkering worden vergoed.
2. Een aanvraag voor een specifieke uitkering voor een project wordt ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier.
3. Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend:
a. voor het kalenderjaar 2021, tussen 1 april 2021, 09:00 uur, en 1 november 2021, 17.00 uur; en
b. voor het kalenderjaar 2022, tussen 1 april 2022, 9:00 uur, en 1 oktober 2022, 17:00 uur;
c. voor het kalenderjaar 2023, tussen 1 april 2023, 9:00 uur, en 29 september 2023, 17:00 uur;
d. voor het kalenderjaar 2024: i. tussen 1 maart 2024, 9:00 uur, en 27 september 2024, 17:00 uur indien de aanvraag een emissieverlagend project, overig project of pilotproject betreft;
ii. tussen 15 juli 2024, 9:00 uur, en 27 september 2024, 17:00 uur indien de aanvraag een inruilproject betreft;
i. tussen 1 maart 2024, 9:00 uur, en 27 september 2024, 17:00 uur indien de aanvraag een emissieverlagend project, overig project of pilotproject betreft;
ii. tussen 15 juli 2024, 9:00 uur, en 27 september 2024, 17:00 uur indien de aanvraag een inruilproject betreft;
e. voor het kalenderjaar 2025, tussen 3 februari 2025, 9:00 uur, en 19 september 2025, 17:00 uur.
4. Een aanvraag voor een emissieverlagend project gaat vergezeld van:
a. een indicatieve berekening van de te bereiken emissiereductie van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen en van de vermeden schadekosten, berekend met behulp van de rekentool die beschikbaar is gesteld op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De totale kosten van de uitkering zijn lager dan de vermeden schadekosten;
b. een verklaring dat het project is opgenomen in de decentrale uitvoeringsplannen die gelden op het moment van aanvraag, of een verklaring dat bij honorering van de aanvraag het project wordt opgenomen in de decentrale uitvoeringsplannen van het jaar volgend op het jaar van de aanvraag;
c. een schriftelijke onderbouwing waarin de aanvrager aannemelijk maakt dat het project een aanzienlijke gezondheidswinst teweegbrengt.
5. Een aanvraag voor een pilotproject en een overig project gaat vergezeld van een kwalitatieve onderbouwing, waarin in ieder geval uiteengezet wordt, hoe als gevolg van het project, (indirecte) verlaging van emissies of gezondheidswinst in de toekomst kan worden bereikt.
6. Een aanvraag voor een inruilproject gaat vergezeld van:
a. een kwalitatieve onderbouwing, waarin in ieder geval wordt uiteengezet hoe als gevolg van het project verlaging van emissies of gezondheidswinst in de toekomst kan worden bereikt en hoe emissievrij vervoer voor burgers met een laag inkomen wordt bevorderd;
b. een verklaring dat een inruilregeling in ieder geval de volgende eisen bevat: i. de burger die een bijdrage vraagt biedt zijn brom- of snorfiets die een fossiele verbrandingsmotor bevat aan bij een RDW-erkend demontagebedrijf;
ii. het RDW-erkende demontagebedrijf draagt zorg voor demontage van de ingeruilde brom- of snorfiets en meldt de demontage aan via de Online Registratie Autodemontage;
iii. de burger die een bijdrage vraagt, schaft een vervangende elektrische brom- of snorfiets aan bij een RDW-erkend voertuigbedrijf;
iv. het kentekenbewijs van de in te ruilen brom- of snorfiets staat voorafgaand aan de inwerkingtreding van de inruilregeling op naam van de burger die een bijdrage vraagt;
v. de naam van de aanvragende burger komt overeen met de naam op het kentekenbewijs, tenzij de aanvraag namens een minderjarige wordt gedaan door een ouder, verzorger of voogd van de minderjarige waarvan de naam op het kentekenbewijs staat;
vi. de burger die een bijdrage vraagt, is woonachtig in de desbetreffende gemeente en heeft een laag inkomen;
vii. de bijdrage die een burger op basis van de inruilregeling ontvangt bedraagt eenmalig ten hoogste € 1.200;
viii. de ontvanger van de specifieke uitkering draagt ten minste een derde deel bij aan de bijdrage die een burger op basis van de inruilregeling ontvangt.
i. de burger die een bijdrage vraagt biedt zijn brom- of snorfiets die een fossiele verbrandingsmotor bevat aan bij een RDW-erkend demontagebedrijf;
ii. het RDW-erkende demontagebedrijf draagt zorg voor demontage van de ingeruilde brom- of snorfiets en meldt de demontage aan via de Online Registratie Autodemontage;
iii. de burger die een bijdrage vraagt, schaft een vervangende elektrische brom- of snorfiets aan bij een RDW-erkend voertuigbedrijf;
iv. het kentekenbewijs van de in te ruilen brom- of snorfiets staat voorafgaand aan de inwerkingtreding van de inruilregeling op naam van de burger die een bijdrage vraagt;
v. de naam van de aanvragende burger komt overeen met de naam op het kentekenbewijs, tenzij de aanvraag namens een minderjarige wordt gedaan door een ouder, verzorger of voogd van de minderjarige waarvan de naam op het kentekenbewijs staat;
vi. de burger die een bijdrage vraagt, is woonachtig in de desbetreffende gemeente en heeft een laag inkomen;
vii. de bijdrage die een burger op basis van de inruilregeling ontvangt bedraagt eenmalig ten hoogste € 1.200;
viii. de ontvanger van de specifieke uitkering draagt ten minste een derde deel bij aan de bijdrage die een burger op basis van de inruilregeling ontvangt.
7. Een aanvraag gaat vergezeld van een begroting waarin de kosten, bedoeld in artikel 6, gespecificeerd worden en waarin de omzetbelasting die recht geeft op een bijdrage op grond van de Wet op het BTW-compensatiefondsvermeld wordt. De begroting geeft inzicht in de dekking van de kosten van het project die niet door middel van de specifieke uitkering worden vergoed.