BWBR0044822
Geldig vanaf 2021-02-18
Artikel 5
Besluit clementie
1. De ACM kent een clementieverzoeker boete-immuniteit toe, indien de verzoeker:
a. voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 4;
b. zijn deelname aan een geheim kartel meldt;
c. geen stappen heeft ondernomen om andere ondernemingen te dwingen deel te nemen aan een geheim kartel of bij het geheime kartel aangesloten te blijven; en
d. als eerste bewijsmateriaal verstrekt dat i. de ACM in staat stelt om een gerichte inspectie uit te voeren verband houdend met het vermeende geheime kartel waar het clementieverzoek betrekking op heeft, mits de ACM op het moment van verstrekking van het bewijsmateriaal nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om een dergelijke inspectie uit te voeren; of
ii. naar het oordeel van de ACM voldoende is om een inbreuk op het mededingingsrecht, waarvoor op grond van artikel 4 van dit besluit clementie kan worden verleend, te kunnen vaststellen, mits de ACM op het moment van verstrekking van het bewijsmateriaal nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om een dergelijke inbreuk te kunnen vaststellen en geen enkele andere onderneming eerder in aanmerking is gekomen voor boete-immuniteit op grond van punt i, met betrekking tot dat vermeende geheime kartel.
i. de ACM in staat stelt om een gerichte inspectie uit te voeren verband houdend met het vermeende geheime kartel waar het clementieverzoek betrekking op heeft, mits de ACM op het moment van verstrekking van het bewijsmateriaal nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om een dergelijke inspectie uit te voeren; of
ii. naar het oordeel van de ACM voldoende is om een inbreuk op het mededingingsrecht, waarvoor op grond van artikel 4 van dit besluit clementie kan worden verleend, te kunnen vaststellen, mits de ACM op het moment van verstrekking van het bewijsmateriaal nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om een dergelijke inbreuk te kunnen vaststellen en geen enkele andere onderneming eerder in aanmerking is gekomen voor boete-immuniteit op grond van punt i, met betrekking tot dat vermeende geheime kartel.
2. De ACM deelt de clementieverzoeker uiterlijk bij de verzending aan hem van het rapport als bedoeld in artikel 5:48 Algemene wet bestuursrechtschriftelijk mede of hem al dan niet voorwaardelijke boete-immuniteit is verleend. De clementieverzoeker kan de ACM vragen of de ACM hem schriftelijk op de hoogte brengt van het resultaat van zijn verzoek.
3. In het geval de ACM een verzoek om boete-immuniteit afwijst, kan de verzoeker de ACM vragen zijn verzoek als een verzoek tot boetevermindering te behandelen.
a. voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 4;
b. zijn deelname aan een geheim kartel meldt;
c. geen stappen heeft ondernomen om andere ondernemingen te dwingen deel te nemen aan een geheim kartel of bij het geheime kartel aangesloten te blijven; en
d. als eerste bewijsmateriaal verstrekt dat i. de ACM in staat stelt om een gerichte inspectie uit te voeren verband houdend met het vermeende geheime kartel waar het clementieverzoek betrekking op heeft, mits de ACM op het moment van verstrekking van het bewijsmateriaal nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om een dergelijke inspectie uit te voeren; of
ii. naar het oordeel van de ACM voldoende is om een inbreuk op het mededingingsrecht, waarvoor op grond van artikel 4 van dit besluit clementie kan worden verleend, te kunnen vaststellen, mits de ACM op het moment van verstrekking van het bewijsmateriaal nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om een dergelijke inbreuk te kunnen vaststellen en geen enkele andere onderneming eerder in aanmerking is gekomen voor boete-immuniteit op grond van punt i, met betrekking tot dat vermeende geheime kartel.
i. de ACM in staat stelt om een gerichte inspectie uit te voeren verband houdend met het vermeende geheime kartel waar het clementieverzoek betrekking op heeft, mits de ACM op het moment van verstrekking van het bewijsmateriaal nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om een dergelijke inspectie uit te voeren; of
ii. naar het oordeel van de ACM voldoende is om een inbreuk op het mededingingsrecht, waarvoor op grond van artikel 4 van dit besluit clementie kan worden verleend, te kunnen vaststellen, mits de ACM op het moment van verstrekking van het bewijsmateriaal nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om een dergelijke inbreuk te kunnen vaststellen en geen enkele andere onderneming eerder in aanmerking is gekomen voor boete-immuniteit op grond van punt i, met betrekking tot dat vermeende geheime kartel.
2. De ACM deelt de clementieverzoeker uiterlijk bij de verzending aan hem van het rapport als bedoeld in artikel 5:48 Algemene wet bestuursrechtschriftelijk mede of hem al dan niet voorwaardelijke boete-immuniteit is verleend. De clementieverzoeker kan de ACM vragen of de ACM hem schriftelijk op de hoogte brengt van het resultaat van zijn verzoek.
3. In het geval de ACM een verzoek om boete-immuniteit afwijst, kan de verzoeker de ACM vragen zijn verzoek als een verzoek tot boetevermindering te behandelen.