BWBR0044822
Geldig vanaf 2021-02-18
Artikel 12
Besluit clementie
1. Degene die overweegt een clementieverzoek in te dienen, kan bij de ACM een onvolledig clementieverzoek indienen.
2. Een onvolledig clementieverzoek als bedoeld in het eerste lid bevat, voor zover beschikbaar, de volgende informatie:
i. de naam en het adres van de clementieverzoeker;
ii. de punten van zorg die aanleiding hebben gegeven tot het verzoek;
iii. de namen van alle andere ondernemingen die deelnemen of hebben deelgenomen aan het vermeende geheime kartel;
iv. de betrokken goederen of diensten;
v. de geografische reikwijdte van het vermeende geheime kartel;
vi. de duur en de aard van het vermeende kartelgedrag;
vii. eerdere of mogelijke toekomstige clementieverzoeken die met betrekking tot het vermeende geheime kartel bij mededingingsautoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie zijn of worden ingediend.
3. De ACM kan op basis van een onvolledig clementieverzoek een marker vaststellen, indien het onvolledige clementieverzoek naar het oordeel van de ACM een concrete basis biedt voor een redelijk vermoeden van de betrokkenheid van de clementieverzoeker bij een vermeend geheim kartel en het onvolledige clementieverzoek ten minste de beschikbare informatie genoemd in het tweede lid, bevat.
4. Indien de ACM ingevolge het derde lid een marker vaststelt, stelt zij de clementieverzoeker daarbij een termijn waarbinnen deze in staat wordt gesteld de noodzakelijke informatie en bewijzen te verzamelen om te kunnen voldoen aan artikel 14.
5. Alle informatie en bewijzen die de verzoeker binnen termijn, bedoeld in het vierde lid, heeft verschaft, worden geacht te zijn ingediend op het tijdstip van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.
6. Indien de clementieverzoeker niet binnen de termijn, bedoeld in het vierde lid, een clementieverzoek indient dat voldoet aan de vereisten van artikel 14, kan de ACM het clementieverzoek afwijzen.
2. Een onvolledig clementieverzoek als bedoeld in het eerste lid bevat, voor zover beschikbaar, de volgende informatie:
i. de naam en het adres van de clementieverzoeker;
ii. de punten van zorg die aanleiding hebben gegeven tot het verzoek;
iii. de namen van alle andere ondernemingen die deelnemen of hebben deelgenomen aan het vermeende geheime kartel;
iv. de betrokken goederen of diensten;
v. de geografische reikwijdte van het vermeende geheime kartel;
vi. de duur en de aard van het vermeende kartelgedrag;
vii. eerdere of mogelijke toekomstige clementieverzoeken die met betrekking tot het vermeende geheime kartel bij mededingingsautoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie zijn of worden ingediend.
3. De ACM kan op basis van een onvolledig clementieverzoek een marker vaststellen, indien het onvolledige clementieverzoek naar het oordeel van de ACM een concrete basis biedt voor een redelijk vermoeden van de betrokkenheid van de clementieverzoeker bij een vermeend geheim kartel en het onvolledige clementieverzoek ten minste de beschikbare informatie genoemd in het tweede lid, bevat.
4. Indien de ACM ingevolge het derde lid een marker vaststelt, stelt zij de clementieverzoeker daarbij een termijn waarbinnen deze in staat wordt gesteld de noodzakelijke informatie en bewijzen te verzamelen om te kunnen voldoen aan artikel 14.
5. Alle informatie en bewijzen die de verzoeker binnen termijn, bedoeld in het vierde lid, heeft verschaft, worden geacht te zijn ingediend op het tijdstip van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.
6. Indien de clementieverzoeker niet binnen de termijn, bedoeld in het vierde lid, een clementieverzoek indient dat voldoet aan de vereisten van artikel 14, kan de ACM het clementieverzoek afwijzen.