BWBR0044723
Geldig vanaf 2021-01-19
Artikel 8
Subsidieregeling extra begeleiding en nazorg mbo 2021/2022
1. De activiteiten zijn uiterlijk afgerond op 31 december 2022.
2. Het bevoegd gezag spant zich er aantoonbaar voor in dat het aantal geprognosticeerde studenten en gediplomeerde schoolverlaters, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder c, ook daadwerkelijk van de extra begeleiding en nazorg gebruik maakt.
3. Onverminderd de verplichtingen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Kaderregeling, voert het bevoegd gezag een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde kan worden afgeleid hoeveel studenten van de extra begeleiding en hoeveel gediplomeerde schoolverlaters van de nazorg gebruik hebben gemaakt.
4. Aan de studenten en gediplomeerde schoolverlaters of hun ouders of verzorgers wordt geen vergoeding voor de extra begeleiding respectievelijk nazorg gevraagd.
5. Indien de activiteiten geheel of gedeeltelijk door een derde partij worden uitgevoerd, bedingt de subsidieontvanger bij deze partij dat zij meewerkt aan de evaluatie als bedoeld in artikel 10.
6. Na afronding van de activiteiten meldt het bevoegd gezag uiterlijk op 28 februari 2023 aan DUS-I:
a. hoeveel studenten van de extra begeleiding en hoeveel gediplomeerde schoolverlaters van de nazorg gebruik hebben gemaakt;
b. hoe invulling is gegeven aan de in het activiteitenplan beschreven samenwerking met de partners als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder d; en
c. hoe het bevoegd gezag heeft voldaan aan de inspanningsverplichting, bedoeld in het tweede lid.
2. Het bevoegd gezag spant zich er aantoonbaar voor in dat het aantal geprognosticeerde studenten en gediplomeerde schoolverlaters, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder c, ook daadwerkelijk van de extra begeleiding en nazorg gebruik maakt.
3. Onverminderd de verplichtingen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Kaderregeling, voert het bevoegd gezag een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde kan worden afgeleid hoeveel studenten van de extra begeleiding en hoeveel gediplomeerde schoolverlaters van de nazorg gebruik hebben gemaakt.
4. Aan de studenten en gediplomeerde schoolverlaters of hun ouders of verzorgers wordt geen vergoeding voor de extra begeleiding respectievelijk nazorg gevraagd.
5. Indien de activiteiten geheel of gedeeltelijk door een derde partij worden uitgevoerd, bedingt de subsidieontvanger bij deze partij dat zij meewerkt aan de evaluatie als bedoeld in artikel 10.
6. Na afronding van de activiteiten meldt het bevoegd gezag uiterlijk op 28 februari 2023 aan DUS-I:
a. hoeveel studenten van de extra begeleiding en hoeveel gediplomeerde schoolverlaters van de nazorg gebruik hebben gemaakt;
b. hoe invulling is gegeven aan de in het activiteitenplan beschreven samenwerking met de partners als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder d; en
c. hoe het bevoegd gezag heeft voldaan aan de inspanningsverplichting, bedoeld in het tweede lid.