BWBR0044723
Geldig vanaf 2021-01-19
Artikel 3
Subsidieregeling extra begeleiding en nazorg mbo 2021/2022
1. De minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een instelling subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten, te verrichten in de jaren 2021 en 2022:
a. het bieden van extra begeleiding aan laatstejaars studenten tot 27 jaar met een grote kans op jeugdwerkloosheid, gericht op de overstap naar een vervolgopleiding of bij het vinden van werk en die in ieder geval mede bestaat uit feitelijk contact tussen de student en de instelling; en
b. het bieden van nazorg aan gediplomeerde schoolverlaters tot 27 jaar met een grote kans op jeugdwerkloosheid, gericht op de overstap naar een vervolgopleiding, bij het vinden van werk of bestaande uit doorgeleiding naar de instanties die hen kunnen begeleiden naar werk en die in ieder geval mede bestaat uit feitelijk contact tussen de gediplomeerde schoolverlater en de instelling.
2. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage;
b. activiteiten waarvoor de aanvrager reeds een andere subsidie of een andere financiële bijdrage van de minister of een of meer andere bestuursorganen ontvangt of zal ontvangen; of
c. activiteiten die voor het tijdstip van het indienen van de aanvraag hebben plaatsgevonden.
3. Het bevoegd gezag kan geen subsidie aanvragen voor alleen extra begeleiding of alleen nazorg.
a. het bieden van extra begeleiding aan laatstejaars studenten tot 27 jaar met een grote kans op jeugdwerkloosheid, gericht op de overstap naar een vervolgopleiding of bij het vinden van werk en die in ieder geval mede bestaat uit feitelijk contact tussen de student en de instelling; en
b. het bieden van nazorg aan gediplomeerde schoolverlaters tot 27 jaar met een grote kans op jeugdwerkloosheid, gericht op de overstap naar een vervolgopleiding, bij het vinden van werk of bestaande uit doorgeleiding naar de instanties die hen kunnen begeleiden naar werk en die in ieder geval mede bestaat uit feitelijk contact tussen de gediplomeerde schoolverlater en de instelling.
2. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage;
b. activiteiten waarvoor de aanvrager reeds een andere subsidie of een andere financiële bijdrage van de minister of een of meer andere bestuursorganen ontvangt of zal ontvangen; of
c. activiteiten die voor het tijdstip van het indienen van de aanvraag hebben plaatsgevonden.
3. Het bevoegd gezag kan geen subsidie aanvragen voor alleen extra begeleiding of alleen nazorg.