BWBR0044720
Geldig vanaf 2021-01-19
Artikel 8
Subsidieregeling topsportevenementen 2021–2023
1. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
2. In aanvulling op artikel 3.3en 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSgaat de aanvrager in een vragenlijst nader in op:
a. hoe het evenement past in het nationale topsportbeleid van het Ministerie van VWS of de nationale sportbond;
b. de maatschappelijke meerwaarde van het evenement, waarbij wordt ingegaan op de onderdelen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a;
c. de meerwaarde van het aangevraagde subsidiebedrag voor het evenement; en indien van toepassing, beoogde maatregelen en tijdelijke aanpassingen van accommodaties, bedoeld in artikel 6, derde lid.
3. In aanvulling op artikel 3.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSgaat de begroting tevens vergezeld van:
a. een businesscase, bestaande uit: 1°. een risicoanalyse en een gedegen haalbaarheidsonderzoek van een onafhankelijke instantie, als het aangevraagde bedrag meer dan € 1.000.000 bedraagt; of
2°. een verklaring van een onafhankelijk persoon of instantie omtrent de haalbaarheid van het evenement van een onafhankelijke instantie, als het aangevraagde bedrag minder dan € 1.000.000 bedraagt;
1°. een risicoanalyse en een gedegen haalbaarheidsonderzoek van een onafhankelijke instantie, als het aangevraagde bedrag meer dan € 1.000.000 bedraagt; of
2°. een verklaring van een onafhankelijk persoon of instantie omtrent de haalbaarheid van het evenement van een onafhankelijke instantie, als het aangevraagde bedrag minder dan € 1.000.000 bedraagt;
b. een overzicht van kosten van eerdere edities van het topsportevenement, indien beschikbaar;
c. een steunverklaring van de bij het evenement betrokken partijen, waaronder de gemeente of provincie en indien van toepassing de nationale sportbond; en
d. indien subsidie wordt verstrekt overeenkomstig artikel 2, vijfde lid, overlegt de aanvrager, naar aanleiding van de beoordeling van de aanvraag, op verzoek van de minister een door de aanvrager ondertekende overeenkomst als bedoeld in artikel 3, derde lid.
2. In aanvulling op artikel 3.3en 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSgaat de aanvrager in een vragenlijst nader in op:
a. hoe het evenement past in het nationale topsportbeleid van het Ministerie van VWS of de nationale sportbond;
b. de maatschappelijke meerwaarde van het evenement, waarbij wordt ingegaan op de onderdelen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a;
c. de meerwaarde van het aangevraagde subsidiebedrag voor het evenement; en indien van toepassing, beoogde maatregelen en tijdelijke aanpassingen van accommodaties, bedoeld in artikel 6, derde lid.
3. In aanvulling op artikel 3.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSgaat de begroting tevens vergezeld van:
a. een businesscase, bestaande uit: 1°. een risicoanalyse en een gedegen haalbaarheidsonderzoek van een onafhankelijke instantie, als het aangevraagde bedrag meer dan € 1.000.000 bedraagt; of
2°. een verklaring van een onafhankelijk persoon of instantie omtrent de haalbaarheid van het evenement van een onafhankelijke instantie, als het aangevraagde bedrag minder dan € 1.000.000 bedraagt;
1°. een risicoanalyse en een gedegen haalbaarheidsonderzoek van een onafhankelijke instantie, als het aangevraagde bedrag meer dan € 1.000.000 bedraagt; of
2°. een verklaring van een onafhankelijk persoon of instantie omtrent de haalbaarheid van het evenement van een onafhankelijke instantie, als het aangevraagde bedrag minder dan € 1.000.000 bedraagt;
b. een overzicht van kosten van eerdere edities van het topsportevenement, indien beschikbaar;
c. een steunverklaring van de bij het evenement betrokken partijen, waaronder de gemeente of provincie en indien van toepassing de nationale sportbond; en
d. indien subsidie wordt verstrekt overeenkomstig artikel 2, vijfde lid, overlegt de aanvrager, naar aanleiding van de beoordeling van de aanvraag, op verzoek van de minister een door de aanvrager ondertekende overeenkomst als bedoeld in artikel 3, derde lid.