BWBR0044720
Geldig vanaf 2021-01-19
Artikel 2
Subsidieregeling topsportevenementen 2021–2023
1. De minister kan aan een nationale sportbond of een evenementenorganisator subsidie verstrekken voor de organisatie van een topsportevenement als bedoeld in het vierde lid.
2. De minister verstrekt subsidie voor ten hoogste één topsportevenement per tak van sport, eens per drie jaar.
3. In afwijking van het tweede lid kan de minister vaker dan eens per drie jaar subsidie verstrekken in geval van een Olympisch dan wel een Paralympisch kwalificatietoernooi waarbij deelnemers zich direct kunnen kwalificeren voor Olympische Spelen.
4. Een topsportevenement dat voor subsidie in aanmerking komt:
a. is internationaal van aard;
b. wordt hoofdzakelijk in Nederland georganiseerd;
c. wordt niet jaarlijks in Nederland georganiseerd;
d. is gericht op: 1°. talenten: sporters met of zonder beperking die behoren tot de oudste leeftijdscategorie waarvoor een internationaal jeugd topsportevenement wordt georganiseerd, zoals een Europees Kampioenschap of Wereld Kampioenschap; of
2°. senioren: sporters met of zonder beperking die op dat moment Nederland op Europees of mondiaal topniveau vertegenwoordigen; en
1°. talenten: sporters met of zonder beperking die behoren tot de oudste leeftijdscategorie waarvoor een internationaal jeugd topsportevenement wordt georganiseerd, zoals een Europees Kampioenschap of Wereld Kampioenschap; of
2°. senioren: sporters met of zonder beperking die op dat moment Nederland op Europees of mondiaal topniveau vertegenwoordigen; en
e. is een topsportevenement: 1°. dat een tak van sport betreft opgenomen in de lijst topsport- en internationale wedstrijdsportdisciplines gehanteerd door NOC*NSF; of
2°. dat bijdraagt aan de ontwikkeling van een nieuwe tak van sport of nieuwe vormen van een bestaande tak van sport.
1°. dat een tak van sport betreft opgenomen in de lijst topsport- en internationale wedstrijdsportdisciplines gehanteerd door NOC*NSF; of
2°. dat bijdraagt aan de ontwikkeling van een nieuwe tak van sport of nieuwe vormen van een bestaande tak van sport.
5. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangewezen als dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2. De minister verstrekt subsidie voor ten hoogste één topsportevenement per tak van sport, eens per drie jaar.
3. In afwijking van het tweede lid kan de minister vaker dan eens per drie jaar subsidie verstrekken in geval van een Olympisch dan wel een Paralympisch kwalificatietoernooi waarbij deelnemers zich direct kunnen kwalificeren voor Olympische Spelen.
4. Een topsportevenement dat voor subsidie in aanmerking komt:
a. is internationaal van aard;
b. wordt hoofdzakelijk in Nederland georganiseerd;
c. wordt niet jaarlijks in Nederland georganiseerd;
d. is gericht op: 1°. talenten: sporters met of zonder beperking die behoren tot de oudste leeftijdscategorie waarvoor een internationaal jeugd topsportevenement wordt georganiseerd, zoals een Europees Kampioenschap of Wereld Kampioenschap; of
2°. senioren: sporters met of zonder beperking die op dat moment Nederland op Europees of mondiaal topniveau vertegenwoordigen; en
1°. talenten: sporters met of zonder beperking die behoren tot de oudste leeftijdscategorie waarvoor een internationaal jeugd topsportevenement wordt georganiseerd, zoals een Europees Kampioenschap of Wereld Kampioenschap; of
2°. senioren: sporters met of zonder beperking die op dat moment Nederland op Europees of mondiaal topniveau vertegenwoordigen; en
e. is een topsportevenement: 1°. dat een tak van sport betreft opgenomen in de lijst topsport- en internationale wedstrijdsportdisciplines gehanteerd door NOC*NSF; of
2°. dat bijdraagt aan de ontwikkeling van een nieuwe tak van sport of nieuwe vormen van een bestaande tak van sport.
1°. dat een tak van sport betreft opgenomen in de lijst topsport- en internationale wedstrijdsportdisciplines gehanteerd door NOC*NSF; of
2°. dat bijdraagt aan de ontwikkeling van een nieuwe tak van sport of nieuwe vormen van een bestaande tak van sport.
5. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangewezen als dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.