BWBR0044696
Geldig vanaf 2021-01-14
Artikel 8
Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs
1. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor zij wordt verstrekt met dien verstande dat:
a. voor subsidies tot € 125.000 het niet aangewende deel van de subsidie kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt; en
b. voor subsidies van € 125.000 of meer de subsidie uitsluitend wordt besteed aan de activiteiten waarvoor zij worden verstrekt.
2. De activiteiten kunnen worden verricht van 1 januari tot en met 30 juni 2021 en zijn van toepassing op functies die per 1 januari 2021 open zijn gesteld.
3. Er wordt ten hoogste 125 procent van het minimumloon, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, uitbetaald als loon voor de functies bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel b, met dien verstande dat van het loon ten hoogste het deel dat overeenkomt met 120 procent van het minimumloon uit de op grond van deze regeling verstrekte subsidie kan worden betaald.
a. voor subsidies tot € 125.000 het niet aangewende deel van de subsidie kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt; en
b. voor subsidies van € 125.000 of meer de subsidie uitsluitend wordt besteed aan de activiteiten waarvoor zij worden verstrekt.
2. De activiteiten kunnen worden verricht van 1 januari tot en met 30 juni 2021 en zijn van toepassing op functies die per 1 januari 2021 open zijn gesteld.
3. Er wordt ten hoogste 125 procent van het minimumloon, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, uitbetaald als loon voor de functies bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel b, met dien verstande dat van het loon ten hoogste het deel dat overeenkomt met 120 procent van het minimumloon uit de op grond van deze regeling verstrekte subsidie kan worden betaald.