BWBR0044696
Geldig vanaf 2021-01-14
Artikel 3
Subsidieregeling coronabanen in het hoger onderwijs
1. De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling voor een tegemoetkoming in de kosten van het inzetten van tijdelijk ondersteunend personeel om de continuïteit van het onderwijs tijdens de COVID-19-crisis te kunnen waarborgen.
2. Subsidiabel zijn de kosten verbonden aan voor het invullen van ondersteunende functies, waaronder in ieder geval:
a. surveillanten en begeleiders, bijvoorbeeld voor toetsing van studenten;
b. helpdesk- en servicemedewerkers;
c. student-assistenten voor begeleiding bij practica;
d. ICT-ondersteuning bij online onderwijs, ondersteuning bij handhaving van de maatregelen ten behoeve van de bestrijding van COVID-19 op de campus, bij het anders inrichten van ruimten waaronder practicaruimten op de campus of bij communicatie- en roosterwerkzaamheden en bij andere werkzaamheden waarbij door de coronacrisis extra inspanningen nodig zijn; of
e. overige functies ter ondersteuning van het onderwijs en onderzoek.
3. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. de verbetering van primaire arbeidsvoorwaarden van bestaand personeel;
b. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of
c. activiteiten waarvoor ook uit andere hoofde aanspraak op subsidie bestaat.
2. Subsidiabel zijn de kosten verbonden aan voor het invullen van ondersteunende functies, waaronder in ieder geval:
a. surveillanten en begeleiders, bijvoorbeeld voor toetsing van studenten;
b. helpdesk- en servicemedewerkers;
c. student-assistenten voor begeleiding bij practica;
d. ICT-ondersteuning bij online onderwijs, ondersteuning bij handhaving van de maatregelen ten behoeve van de bestrijding van COVID-19 op de campus, bij het anders inrichten van ruimten waaronder practicaruimten op de campus of bij communicatie- en roosterwerkzaamheden en bij andere werkzaamheden waarbij door de coronacrisis extra inspanningen nodig zijn; of
e. overige functies ter ondersteuning van het onderwijs en onderzoek.
3. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. de verbetering van primaire arbeidsvoorwaarden van bestaand personeel;
b. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of
c. activiteiten waarvoor ook uit andere hoofde aanspraak op subsidie bestaat.