BWBR0044511
Geldig vanaf 2020-12-17
Artikel 8
Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2021
Het krachtens artikel 3, eerste lid, aan de directeuren-generaal en de plaatsvervangend directeuren-generaal verleende mandaat en het krachtens artikel 4, eerste lid, aan de directeuren-generaal verleende volmacht hebben geen betrekking op:
a. het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken;
b. het opleggen van disicplinaire straffen;
c. het benoemen en ontslaan van de voorzitter en de leden van een bij of krachtens de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen, het Personeelsreglement BZ en de Rechtspositieregeling lokale werknemers 2020 ingestelde commissie;
d. het nemen van besluiten die betrekking hebben op aangelegenheden die verband houden met het bepalen van de inrichting van het ministerie van Buitenlandse Zaken indien: 1°. het besluit betrekking heeft op de waardering of herwaardering van functies ingedeeld in salarisschaal 16 of hoger van CAO Rijk of van andere functies waarover de Commissie Topfuncties adviseert;
2°. het besluit voor meer dan tien functionarissen voor wie de CAO Rijk geldt, rechtspositionele gevolgen met zich meebrengt;
3°. het besluit betrekking heeft op de opening of sluiting van een post;
4°. het voor elke consulaire post bepalen van een ressort en het bepalen van de status ervan.
1°. het besluit betrekking heeft op de waardering of herwaardering van functies ingedeeld in salarisschaal 16 of hoger van CAO Rijk of van andere functies waarover de Commissie Topfuncties adviseert;
2°. het besluit voor meer dan tien functionarissen voor wie de CAO Rijk geldt, rechtspositionele gevolgen met zich meebrengt;
3°. het besluit betrekking heeft op de opening of sluiting van een post;
4°. het voor elke consulaire post bepalen van een ressort en het bepalen van de status ervan.
e. het toepassen van de volgende bepalingen: 1°. de in de CAO Rijk onder het VWNW-beleid opgenomen remplaçantenregeling bij ontslag op eigen verzoek door een functionaris;
2°. de in de CAO Rijk onder het VWNW-beleid opgenomen hardheidsclausule ten aanzien van een functionaris over wiens benoeming door de Commissie Topfuncties is geadviseerd;
3°. het afdoen van meldingen op vermoeden van een misstand;
4°. het aanwijzen van een functionaris in de hoedanigheid van Zaakgelastigde en deze indien nodig voorzien van een inleidingsbrief als bedoel in artikel 3 respectievelijk artikel 2 van het Besluit van 24 oktober 2019, houdende enkele bepalingen met betrekking tot ambtenaren werkzaam bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk (Stcrt. 2019, nr. 60261);
5°. het machtigen van honoraire consulaire functionarissen tot het verrichten van rechtshandelingen;
6°. het machtigen van een chef de poste tot het benoemen en ontslaan van honoraire adviseurs;
7°. het beslissen over een verschil van mening dat een functionaris of voormalig functionaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken op grond van de CAO Rijk, de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen of de Rechtspositieregeling lokale werknemers 2020 heeft voorgelegd aan de in die regelingen genoemde geschillencommissies.
1°. de in de CAO Rijk onder het VWNW-beleid opgenomen remplaçantenregeling bij ontslag op eigen verzoek door een functionaris;
2°. de in de CAO Rijk onder het VWNW-beleid opgenomen hardheidsclausule ten aanzien van een functionaris over wiens benoeming door de Commissie Topfuncties is geadviseerd;
3°. het afdoen van meldingen op vermoeden van een misstand;
4°. het aanwijzen van een functionaris in de hoedanigheid van Zaakgelastigde en deze indien nodig voorzien van een inleidingsbrief als bedoel in artikel 3 respectievelijk artikel 2 van het Besluit van 24 oktober 2019, houdende enkele bepalingen met betrekking tot ambtenaren werkzaam bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk (Stcrt. 2019, nr. 60261);
5°. het machtigen van honoraire consulaire functionarissen tot het verrichten van rechtshandelingen;
6°. het machtigen van een chef de poste tot het benoemen en ontslaan van honoraire adviseurs;
7°. het beslissen over een verschil van mening dat een functionaris of voormalig functionaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken op grond van de CAO Rijk, de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen of de Rechtspositieregeling lokale werknemers 2020 heeft voorgelegd aan de in die regelingen genoemde geschillencommissies.
a. het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken;
b. het opleggen van disicplinaire straffen;
c. het benoemen en ontslaan van de voorzitter en de leden van een bij of krachtens de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen, het Personeelsreglement BZ en de Rechtspositieregeling lokale werknemers 2020 ingestelde commissie;
d. het nemen van besluiten die betrekking hebben op aangelegenheden die verband houden met het bepalen van de inrichting van het ministerie van Buitenlandse Zaken indien: 1°. het besluit betrekking heeft op de waardering of herwaardering van functies ingedeeld in salarisschaal 16 of hoger van CAO Rijk of van andere functies waarover de Commissie Topfuncties adviseert;
2°. het besluit voor meer dan tien functionarissen voor wie de CAO Rijk geldt, rechtspositionele gevolgen met zich meebrengt;
3°. het besluit betrekking heeft op de opening of sluiting van een post;
4°. het voor elke consulaire post bepalen van een ressort en het bepalen van de status ervan.
1°. het besluit betrekking heeft op de waardering of herwaardering van functies ingedeeld in salarisschaal 16 of hoger van CAO Rijk of van andere functies waarover de Commissie Topfuncties adviseert;
2°. het besluit voor meer dan tien functionarissen voor wie de CAO Rijk geldt, rechtspositionele gevolgen met zich meebrengt;
3°. het besluit betrekking heeft op de opening of sluiting van een post;
4°. het voor elke consulaire post bepalen van een ressort en het bepalen van de status ervan.
e. het toepassen van de volgende bepalingen: 1°. de in de CAO Rijk onder het VWNW-beleid opgenomen remplaçantenregeling bij ontslag op eigen verzoek door een functionaris;
2°. de in de CAO Rijk onder het VWNW-beleid opgenomen hardheidsclausule ten aanzien van een functionaris over wiens benoeming door de Commissie Topfuncties is geadviseerd;
3°. het afdoen van meldingen op vermoeden van een misstand;
4°. het aanwijzen van een functionaris in de hoedanigheid van Zaakgelastigde en deze indien nodig voorzien van een inleidingsbrief als bedoel in artikel 3 respectievelijk artikel 2 van het Besluit van 24 oktober 2019, houdende enkele bepalingen met betrekking tot ambtenaren werkzaam bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk (Stcrt. 2019, nr. 60261);
5°. het machtigen van honoraire consulaire functionarissen tot het verrichten van rechtshandelingen;
6°. het machtigen van een chef de poste tot het benoemen en ontslaan van honoraire adviseurs;
7°. het beslissen over een verschil van mening dat een functionaris of voormalig functionaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken op grond van de CAO Rijk, de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen of de Rechtspositieregeling lokale werknemers 2020 heeft voorgelegd aan de in die regelingen genoemde geschillencommissies.
1°. de in de CAO Rijk onder het VWNW-beleid opgenomen remplaçantenregeling bij ontslag op eigen verzoek door een functionaris;
2°. de in de CAO Rijk onder het VWNW-beleid opgenomen hardheidsclausule ten aanzien van een functionaris over wiens benoeming door de Commissie Topfuncties is geadviseerd;
3°. het afdoen van meldingen op vermoeden van een misstand;
4°. het aanwijzen van een functionaris in de hoedanigheid van Zaakgelastigde en deze indien nodig voorzien van een inleidingsbrief als bedoel in artikel 3 respectievelijk artikel 2 van het Besluit van 24 oktober 2019, houdende enkele bepalingen met betrekking tot ambtenaren werkzaam bij vertegenwoordigingen van het Koninkrijk (Stcrt. 2019, nr. 60261);
5°. het machtigen van honoraire consulaire functionarissen tot het verrichten van rechtshandelingen;
6°. het machtigen van een chef de poste tot het benoemen en ontslaan van honoraire adviseurs;
7°. het beslissen over een verschil van mening dat een functionaris of voormalig functionaris van het ministerie van Buitenlandse Zaken op grond van de CAO Rijk, de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen of de Rechtspositieregeling lokale werknemers 2020 heeft voorgelegd aan de in die regelingen genoemde geschillencommissies.