BWBR0044438
Geldig vanaf 2020-12-31
Artikel 6
Instellingsbesluit Adviescollege ICT-toetsing
1. Het Adviescollege bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
3. De voorzitter en de andere leden worden, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, door de minister benoemd.
4. De benoeming geschiedt voor de duur van ten hoogste twee jaar.
5. De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
6. Het Adviescollege kan voor de uitvoering of voorbereiding van bepaalde adviezen commissies instellen.
7. Indien in voorkomend geval uit feiten of omstandigheden blijkt dat de voorzitter of een van de andere leden van het Adviescollege zelf direct of indirect betrokkenheid heeft bij een adviesaanvraag dan zullen zij zich onverwijld laten vervangen door hun plaatsvervanger en zich weerhouden van enige bemoeienis ten aanzien van de adviesaanvraag.
8. Ambtenaren of andere personen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een minister, een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan als bedoeld in artikel 4 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Raad voor de rechtspraak of de politie worden niet benoemd tot voorzitter of lid van het Adviescollege.
2. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
3. De voorzitter en de andere leden worden, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, door de minister benoemd.
4. De benoeming geschiedt voor de duur van ten hoogste twee jaar.
5. De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
6. Het Adviescollege kan voor de uitvoering of voorbereiding van bepaalde adviezen commissies instellen.
7. Indien in voorkomend geval uit feiten of omstandigheden blijkt dat de voorzitter of een van de andere leden van het Adviescollege zelf direct of indirect betrokkenheid heeft bij een adviesaanvraag dan zullen zij zich onverwijld laten vervangen door hun plaatsvervanger en zich weerhouden van enige bemoeienis ten aanzien van de adviesaanvraag.
8. Ambtenaren of andere personen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een minister, een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan als bedoeld in artikel 4 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Raad voor de rechtspraak of de politie worden niet benoemd tot voorzitter of lid van het Adviescollege.