BWBR0044438
Geldig vanaf 2020-12-31
Artikel 4
Instellingsbesluit Adviescollege ICT-toetsing
1. De minister die het aangaat verzoekt voor aanvang van een ICT-project het Adviescollege om advies over de risico’s en slaagkans van het ICT-project.
2. De minister die het aangaat, verstrekt aan het Adviescollege desgevraagd de door het Adviescollege gewenste inlichtingen aangaande zijn ICT-projecten en het onderhoud en beheer aan informatiesystemen waarover advies wordt uitgebracht.
3. Een advies van het Adviescollege als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, wordt door de minister die het aangaat binnen vier weken na ontvangst ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal gezonden.
4. Ingeval een advies van het Adviescollege als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, niet wordt opgevolgd, deelt de minister die het aangaat, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, dat met redenen omkleed mede aan de beide kamers der Staten-Generaal.
5. Het derde en vierde lid is niet van toepassing op ICT-projecten van de Raad voor de rechtspraak.
2. De minister die het aangaat, verstrekt aan het Adviescollege desgevraagd de door het Adviescollege gewenste inlichtingen aangaande zijn ICT-projecten en het onderhoud en beheer aan informatiesystemen waarover advies wordt uitgebracht.
3. Een advies van het Adviescollege als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, wordt door de minister die het aangaat binnen vier weken na ontvangst ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal gezonden.
4. Ingeval een advies van het Adviescollege als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, niet wordt opgevolgd, deelt de minister die het aangaat, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, dat met redenen omkleed mede aan de beide kamers der Staten-Generaal.
5. Het derde en vierde lid is niet van toepassing op ICT-projecten van de Raad voor de rechtspraak.