BWBR0044308
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 6.1
Paspoortbesluit
1. De burgemeester, de gezaghebber, Onze Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk de aangewezen autoriteit, bedoeld in de artikelen 3.3, tweede lid, en 4.3, tweede lid, deelt met het oog op een vermelding in het register paspoortsignaleringen op grond van artikel 47, derde lid, van de wet Onze Minister onderscheidenlijk de Gouverneur de gegevens mede van de houder van een reisdocument dat van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert het reisdocument in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van de houder niet kan worden achterhaald.
2. De aangewezen autoriteit, bedoeld in de artikelen 3.3, tweede lid, en 4.3, tweede lid, deelt met het oog op een vermelding in het register dat door Onze Minister wordt bijgehouden op grond van artikel 25 van de wet, op grond van artikel 30, derde lid, van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart Onze Minister de gegevens mede van de houder van een Nederlandse identiteitskaart die van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert de Nederlandse identiteitskaart in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van de houder niet kan worden achterhaald.
3. De autoriteit die het in het eerste lid bedoelde reisdocument of de in het tweede lid bedoelde Nederlandse identiteitskaart heeft ingehouden, dan wel bij wie het desbetreffende reisdocument onderscheidenlijk de Nederlandse identiteitskaart is ingeleverd, deelt Onze Minister zulks terstond mede met het oog op de verwijdering van de in het eerste lid bedoelde vermelding uit het register.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de in het eerste en tweede lid bedoelde mededeling wordt gedaan.
2. De aangewezen autoriteit, bedoeld in de artikelen 3.3, tweede lid, en 4.3, tweede lid, deelt met het oog op een vermelding in het register dat door Onze Minister wordt bijgehouden op grond van artikel 25 van de wet, op grond van artikel 30, derde lid, van de Wet op de Nederlandse identiteitskaart Onze Minister de gegevens mede van de houder van een Nederlandse identiteitskaart die van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert de Nederlandse identiteitskaart in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van de houder niet kan worden achterhaald.
3. De autoriteit die het in het eerste lid bedoelde reisdocument of de in het tweede lid bedoelde Nederlandse identiteitskaart heeft ingehouden, dan wel bij wie het desbetreffende reisdocument onderscheidenlijk de Nederlandse identiteitskaart is ingeleverd, deelt Onze Minister zulks terstond mede met het oog op de verwijdering van de in het eerste lid bedoelde vermelding uit het register.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de in het eerste en tweede lid bedoelde mededeling wordt gedaan.
- Wet
- Paspoortbesluit
- Citeren als
- Art. 6.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044308
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl