BWBR0044258
Geldig vanaf 2020-10-28
Artikel 7
Regeling reductie energiegebruik woningen
1. Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt gedaan door de gemeente waarin de woningen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zijn gelegen.
2. Een aanvraag bevat:
a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
b. het beoogde aantal woningen waar activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden verricht;
c. een omschrijving van de wijze waarop de activiteiten uitgevoerd worden;
d. een omschrijving van de partijen die bij de uitvoering van de activiteiten betrokken zijn en, indien verhuurders zijnde rechtspersonen betrokken zijn, de namen van de verhuurders;
e. een gespecificeerde begroting, die inzicht geeft in de geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt gevraagd;
f. een tijdsplanning van de activiteiten met daarin de start- en einddatum; en
g. de wijze waarop de gemeente de resultaten van de onder a bedoelde activiteiten zal monitoren.
3. De minister beslist binnen acht weken op een aanvraag na ontvangst daarvan. Deze termijn kan ten hoogste eenmaal met acht weken worden verlengd.
2. Een aanvraag bevat:
a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
b. het beoogde aantal woningen waar activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden verricht;
c. een omschrijving van de wijze waarop de activiteiten uitgevoerd worden;
d. een omschrijving van de partijen die bij de uitvoering van de activiteiten betrokken zijn en, indien verhuurders zijnde rechtspersonen betrokken zijn, de namen van de verhuurders;
e. een gespecificeerde begroting, die inzicht geeft in de geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt gevraagd;
f. een tijdsplanning van de activiteiten met daarin de start- en einddatum; en
g. de wijze waarop de gemeente de resultaten van de onder a bedoelde activiteiten zal monitoren.
3. De minister beslist binnen acht weken op een aanvraag na ontvangst daarvan. Deze termijn kan ten hoogste eenmaal met acht weken worden verlengd.