BWBR0044258
Geldig vanaf 2020-10-28
Artikel 11
Regeling reductie energiegebruik woningen
1. De gemeente die een specifieke uitkering ontvangt is verplicht om:
a. de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, uiterlijk 31 december 2022 af te ronden;
b. de minister op verzoek te informeren over de voortgang of de resultaten van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt; en
c. onverwijld een schriftelijke melding te doen bij de minister indien aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt niet tijdig of geheel zullen worden verricht, dat niet tijdig of geheel aan de verplichtingen in dit artikel zal worden voldaan of zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijzigen of intrekken van de specifieke uitkering.
2. Indien de uitvoering van de activiteiten voor de datum, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de ontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger een maal met ten hoogste zes maanden verlengen.
3. De in een beschikking, gegeven op grond van artikel 4 van deze regeling vóór 1 juli 2022, opgenomen uiterste datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt als ‘31 december 2022’ gelezen.
a. de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, uiterlijk 31 december 2022 af te ronden;
b. de minister op verzoek te informeren over de voortgang of de resultaten van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt; en
c. onverwijld een schriftelijke melding te doen bij de minister indien aannemelijk is geworden dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt niet tijdig of geheel zullen worden verricht, dat niet tijdig of geheel aan de verplichtingen in dit artikel zal worden voldaan of zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijzigen of intrekken van de specifieke uitkering.
2. Indien de uitvoering van de activiteiten voor de datum, genoemd in het eerste lid, onder a, buiten de schuld van de ontvanger niet mogelijk is, kan de minister die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de ontvanger een maal met ten hoogste zes maanden verlengen.
3. De in een beschikking, gegeven op grond van artikel 4 van deze regeling vóór 1 juli 2022, opgenomen uiterste datum voor het afronden van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt als ‘31 december 2022’ gelezen.