BWBR0044240
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 3
Regeling vergoedingen waterschapsverkiezingen
1. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt de vergoeding die een waterschap verschuldigd is telkens in het eerste jaar van een periode van vier kalenderjaren vóór 15 mei bij beschikking vast.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de vergoeding die verschuldigd is voor de periode 2020 tot en met 2023 vastgesteld vóór 15 november 2020.
3. In afwijking van het eerste lid, stelt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de vergoeding, bedoeld in artikel 2, tweede lid, die een waterschap verschuldigd is, voor 15 mei 2026 bij beschikking vast.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de vergoeding die verschuldigd is voor de periode 2020 tot en met 2023 vastgesteld vóór 15 november 2020.
3. In afwijking van het eerste lid, stelt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de vergoeding, bedoeld in artikel 2, tweede lid, die een waterschap verschuldigd is, voor 15 mei 2026 bij beschikking vast.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044240
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl