BWBR0044113
Geldig vanaf 20-04-2021
Artikel 6
Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020
1. De coördinerende gemeente informeert de minister op verzoek over de voortgang van de vastgoedtransitie en de activiteiten die hiervoor ondernomen worden.
2. De coördinerende gemeente meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien aannemelijk is dat het te realiseren resultaat van de specifieke uitkering, de vastgoedtransitie, niet, niet tijdig of niet geheel wordt verricht.
3. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat uiterlijk op 1 april 2021 een plan van aanpak vastgesteld is ten aanzien van de jeugdregio’s en de accommodaties gesloten jeugdhulp waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in bijlage 1, met in ieder geval de volgende elementen:
a. een beschrijving van de staat van het vastgoed van de accommodaties gesloten jeugdhulp en het aantal plaatsen;
b. een analyse van de herkomst van cliënten van accommodaties gesloten jeugdhulp;
c. een beschrijving van de uitgangspunten en doelstellingen van de vastgoedtransitie in de jeugdregio’s;
d. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de jeugdregio’s, betrekt bij het bovenregionale plan, alsmede hoe de afstemming plaatsvindt met andere jeugdregio’s die gebruik maken van de capaciteit van de accommodaties gesloten jeugdhulp;
e. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de landelijke coördinatie van de Vereniging Nederlands Gemeentenen betrekt bij de vorming van het bovenregionale plan;
f. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de accommodaties gesloten jeugdhulp betrekt;
g. een beschrijving van de planning van de coördinerende gemeente, gericht op het einddoel dat de aan de coördinerende gemeente verleende specifieke uitkering uiterlijk 31 december 2023 besteed is, waaronder in ieder geval: 1°. de datum van de vaststelling van het bovenregionaal plan;
2°. de datum dat de accommodaties gesloten jeugdhulp het strategisch vastgoedplan hebben vastgesteld, dat past binnen het bovenregionaal plan.
1°. de datum van de vaststelling van het bovenregionaal plan;
2°. de datum dat de accommodaties gesloten jeugdhulp het strategisch vastgoedplan hebben vastgesteld, dat past binnen het bovenregionaal plan.
4. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat de accommodaties gesloten jeugdhulp waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in bijlage 1, uiterlijk op de in het plan van aanpak genoemde datum, bedoeld in het derde lid, beschikt over een strategisch vastgoedplan.
5. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat uiterlijk op de in het plan van aanpak genoemde datum, bedoeld in het derde lid, een bovenregionaal plan is vastgesteld.
2. De coördinerende gemeente meldt onverwijld schriftelijk aan de minister indien aannemelijk is dat het te realiseren resultaat van de specifieke uitkering, de vastgoedtransitie, niet, niet tijdig of niet geheel wordt verricht.
3. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat uiterlijk op 1 april 2021 een plan van aanpak vastgesteld is ten aanzien van de jeugdregio’s en de accommodaties gesloten jeugdhulp waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in bijlage 1, met in ieder geval de volgende elementen:
a. een beschrijving van de staat van het vastgoed van de accommodaties gesloten jeugdhulp en het aantal plaatsen;
b. een analyse van de herkomst van cliënten van accommodaties gesloten jeugdhulp;
c. een beschrijving van de uitgangspunten en doelstellingen van de vastgoedtransitie in de jeugdregio’s;
d. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de jeugdregio’s, betrekt bij het bovenregionale plan, alsmede hoe de afstemming plaatsvindt met andere jeugdregio’s die gebruik maken van de capaciteit van de accommodaties gesloten jeugdhulp;
e. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de landelijke coördinatie van de Vereniging Nederlands Gemeentenen betrekt bij de vorming van het bovenregionale plan;
f. een beschrijving van de wijze waarop de coördinerende gemeente de accommodaties gesloten jeugdhulp betrekt;
g. een beschrijving van de planning van de coördinerende gemeente, gericht op het einddoel dat de aan de coördinerende gemeente verleende specifieke uitkering uiterlijk 31 december 2023 besteed is, waaronder in ieder geval: 1°. de datum van de vaststelling van het bovenregionaal plan;
2°. de datum dat de accommodaties gesloten jeugdhulp het strategisch vastgoedplan hebben vastgesteld, dat past binnen het bovenregionaal plan.
1°. de datum van de vaststelling van het bovenregionaal plan;
2°. de datum dat de accommodaties gesloten jeugdhulp het strategisch vastgoedplan hebben vastgesteld, dat past binnen het bovenregionaal plan.
4. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat de accommodaties gesloten jeugdhulp waarvoor de desbetreffende gemeente coördinerende gemeente is, zoals vermeld in bijlage 1, uiterlijk op de in het plan van aanpak genoemde datum, bedoeld in het derde lid, beschikt over een strategisch vastgoedplan.
5. De coördinerende gemeente draagt er zorg voor dat uiterlijk op de in het plan van aanpak genoemde datum, bedoeld in het derde lid, een bovenregionaal plan is vastgesteld.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044113
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl