BWBR0044113
Geldig vanaf 2020-09-26
Artikel 2
Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp 2020
1. De minister kan op aanvraag in 2020 eenmalig een specifieke uitkering verstrekken aan een coördinerende gemeente voor activiteiten die in vanaf 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2023’ nodig zijn voor de vastgoedtransitie.
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten of zijn ondersteunend aan:
a. het aantrekken van een projectleider en ondersteunend personeel;
b. het opstellen van een bovenregionaal plan voor de accommodaties gesloten jeugdhulp werkzaam in het bovenregionaal gebied;
c. het opstellen van een strategisch vastgoedplan voor in ieder geval accommodaties gesloten jeugdhulp;
d. het afstoten van een accommodatie gesloten jeugdhulp als gevolg van de vastgoedtransitie;
e. het verbouwen van een accommodatie gesloten jeugdhulp als gevolg van de vastgoedtransitie;
f. vervangende nieuwbouw als gevolg van vastgoedtransitie.
3. De kosten gemoeid met de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onder a en b, mogen gezamenlijk maximaal 5% bedragen van de uitkering voor de desbetreffende coördinerende gemeente, bedoeld in artikel 3, tweede lid.
4. Het bedrag voor de kosten gemoeid met de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onder c, bedraagt ten hoogste € 15.000 voor een instelling met één accommodatie, te vermeerderen met 5.000 voor elke extra accommodatie gesloten jeugdhulp die de desbetreffende instelling in exploitatie heeft.
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, omvatten of zijn ondersteunend aan:
a. het aantrekken van een projectleider en ondersteunend personeel;
b. het opstellen van een bovenregionaal plan voor de accommodaties gesloten jeugdhulp werkzaam in het bovenregionaal gebied;
c. het opstellen van een strategisch vastgoedplan voor in ieder geval accommodaties gesloten jeugdhulp;
d. het afstoten van een accommodatie gesloten jeugdhulp als gevolg van de vastgoedtransitie;
e. het verbouwen van een accommodatie gesloten jeugdhulp als gevolg van de vastgoedtransitie;
f. vervangende nieuwbouw als gevolg van vastgoedtransitie.
3. De kosten gemoeid met de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onder a en b, mogen gezamenlijk maximaal 5% bedragen van de uitkering voor de desbetreffende coördinerende gemeente, bedoeld in artikel 3, tweede lid.
4. Het bedrag voor de kosten gemoeid met de activiteit, bedoeld in het tweede lid, onder c, bedraagt ten hoogste € 15.000 voor een instelling met één accommodatie, te vermeerderen met 5.000 voor elke extra accommodatie gesloten jeugdhulp die de desbetreffende instelling in exploitatie heeft.