BWBR0044044
Geldig vanaf 2022-08-25
Artikel 9
Regeling voorzieningenplanning po 2021
1. Een marktonderzoek als bedoeld in artikel 74a, eerste lid, van de wet, wordt schriftelijk uitgevoerd, waarbij de anonimiteit van de ondervraagden wordt gegarandeerd.
2. Per kind vult de ouder een vragenlijst in.
3. Het marktonderzoek inventariseert de voorkeur van de ondervraagden voor een school doordat de ondervraagden een keuze kunnen maken uit de bestaande scholen binnen het voedingsgebied en de school waarop de aanvraag betrekking heeft.
4. Het marktonderzoek heeft als hoofdvraag ‘Op welke gepresenteerde school zou u uw kind inschrijven?’.
5. De vraagstelling en de informatie die voorafgaand aan en tijdens het marktonderzoek wordt verstrekt door het onderzoeksbureau, is ten aanzien van scholen als bedoeld in het derde lid, op dezelfde wijze vormgegeven en gepresenteerd, neutraal opgesteld en op geen enkele wijze sturend.
6. De informatie die wordt verstrekt per school, bedoeld in het derde lid, is in ieder geval voorzien van de naam van de school, de naam van het bevoegd gezag, een website van de school, en de plaats of de beoogde plaats van vestiging, door middel van een viercijferige postcode. De informatie voor de school waarop de aanvraag betrekking heeft omvat tevens een korte beschrijving van het onderwijskundig concept van de school.
7. Voor controle door de minister op de juistheid van de berekeningen levert het bevoegd gezag een volledig onderzoeksrapport aan, waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:
a. een beschrijving van de gebruikte onderzoeksmethode, met daarin opgenomen op welke wijze tot een aselecte groep van ondervraagden is gekomen, hoe de representativiteit van de ondervraagden is geborgd, hoe de data zijn geanalyseerd, inclusief de berekening van het belangstellingspercentage, het totale aantal ondervraagden, het totale aantal reacties, het aantal reacties per school en de beperkingen van het onderzoek;
b. een beschrijving van de wijze waarop ondervraagden benaderd zijn, inclusief correspondentie aan ondervraagden;
c. de vragenlijst zoals voorgelegd aan ondervraagden;
d. de informatie over de scholen, bedoeld in het derde lid, zoals gepresenteerd aan ondervraagden; en
e. de periode waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden.
8. Het minimale aantal leerlingen, bedoeld in artikel 74a, derde lid, onderdeel b, letter y, van de wet, ten aanzien van wie is aangegeven dat er belangstelling is voor de school waar de aanvraag betrekking op heeft, is 5.
9. Indien de onderzoekspopulatie, bedoeld in artikel 74a, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, minder dan 5.000 leerlingen bedraagt, is het minimale aantal leerlingen ten aanzien van wie aan het marktonderzoek is deelgenomen, bedoeld in artikel 74a, derde lid, onderdeel b, letter x, van de wet, 10% van de onderzoekspopulatie. Indien de onderzoekspopulatie 5.000 of meer leerlingen bedraagt, is het minimale aantal leerlingen ten aanzien van wie aan het marktonderzoek is deelgenomen, bedoeld in artikel 74a, derde lid, onderdeel b, letter x, van de wet, 500.
2. Per kind vult de ouder een vragenlijst in.
3. Het marktonderzoek inventariseert de voorkeur van de ondervraagden voor een school doordat de ondervraagden een keuze kunnen maken uit de bestaande scholen binnen het voedingsgebied en de school waarop de aanvraag betrekking heeft.
4. Het marktonderzoek heeft als hoofdvraag ‘Op welke gepresenteerde school zou u uw kind inschrijven?’.
5. De vraagstelling en de informatie die voorafgaand aan en tijdens het marktonderzoek wordt verstrekt door het onderzoeksbureau, is ten aanzien van scholen als bedoeld in het derde lid, op dezelfde wijze vormgegeven en gepresenteerd, neutraal opgesteld en op geen enkele wijze sturend.
6. De informatie die wordt verstrekt per school, bedoeld in het derde lid, is in ieder geval voorzien van de naam van de school, de naam van het bevoegd gezag, een website van de school, en de plaats of de beoogde plaats van vestiging, door middel van een viercijferige postcode. De informatie voor de school waarop de aanvraag betrekking heeft omvat tevens een korte beschrijving van het onderwijskundig concept van de school.
7. Voor controle door de minister op de juistheid van de berekeningen levert het bevoegd gezag een volledig onderzoeksrapport aan, waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:
a. een beschrijving van de gebruikte onderzoeksmethode, met daarin opgenomen op welke wijze tot een aselecte groep van ondervraagden is gekomen, hoe de representativiteit van de ondervraagden is geborgd, hoe de data zijn geanalyseerd, inclusief de berekening van het belangstellingspercentage, het totale aantal ondervraagden, het totale aantal reacties, het aantal reacties per school en de beperkingen van het onderzoek;
b. een beschrijving van de wijze waarop ondervraagden benaderd zijn, inclusief correspondentie aan ondervraagden;
c. de vragenlijst zoals voorgelegd aan ondervraagden;
d. de informatie over de scholen, bedoeld in het derde lid, zoals gepresenteerd aan ondervraagden; en
e. de periode waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden.
8. Het minimale aantal leerlingen, bedoeld in artikel 74a, derde lid, onderdeel b, letter y, van de wet, ten aanzien van wie is aangegeven dat er belangstelling is voor de school waar de aanvraag betrekking op heeft, is 5.
9. Indien de onderzoekspopulatie, bedoeld in artikel 74a, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, minder dan 5.000 leerlingen bedraagt, is het minimale aantal leerlingen ten aanzien van wie aan het marktonderzoek is deelgenomen, bedoeld in artikel 74a, derde lid, onderdeel b, letter x, van de wet, 10% van de onderzoekspopulatie. Indien de onderzoekspopulatie 5.000 of meer leerlingen bedraagt, is het minimale aantal leerlingen ten aanzien van wie aan het marktonderzoek is deelgenomen, bedoeld in artikel 74a, derde lid, onderdeel b, letter x, van de wet, 500.